Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alles saamgenomen, zijn dus ten zesde in de heilsorde vier groepen van weldaden te behandelen: roeping (met wedergeboorte (in engeren zin), geloof en bekeering); rechtvaardigmaking ; heiligmaking, en verheerlijking. Ofschoon de laatste gewoonlijk eerst aan het einde der dogmatiek, in de leer der laatste dingen, behandeld wordt, behoort ze toch eigenlijk tot de via salutis en staat zij met de vorige in onlosmakelijk verband. De vier groepen beantwoorden aan hetgeen Paulus in 1 Cor. 1:30 van Christus zegt, dat Hij ons van God geworden is tot wijsheid, gerechtigheid, heiligmaking en verlossing. In Eom. 8: 30 noemt de apostel drie weldaden op, waarin de nooyvwaiQ zich realiseert, n.1. roeping, rechtvaardiging en verheerlijking. Alle deze weldaden vallen in den tijd ; ook het sdo^aasv slaat niet, of althans niet uitsluitend en niet in de eerste plaats, op de verheerlijking, welke de geloovigen na den dood of na den dag des oordeels wacht, maar blijkens den aoristus op de verheerlijking, die de geloovigen reeds op aarde deelachtig worden door de vernieuwing des H. Geestes, Rom. 8:2, 10, 2 Cor. 3 :18, Ef. 3 :16, en die bij hunne opstanding ten jongsten dage zich ten volle ontplooit, 1 Cor. 15:53, Phil. 3:21; het êóogccoev sluit dus de heiligmaking en de verheerlijking in '). En zoo zijn er ook hier vier hoofdweldaden, die Christus voor de zijnen verwierf en aan hen mededeelt. Daarmede komen ook de werkzaamheden des Heiligen Geestes en de werkingen der genade overeen. In de roeping oefent de H. Geest voornamelijk zijn munus elencticum en didacticum uit, en schenkt Hij ons de gratia praeparans, praeveniens en operans. In de rechtvaardiging treedt het munus paracleticum en de gratia illuminans op den voorgrond. In de heiligmaking volbrengt de H. Geest zijn munus sanctiiicans en vernieuwt Hij ons van dag tot dag door de gratia cooperans. En in de verheerlijking, die in dit leven reeds aanvangt, 2 Cor. 3:18, oefent Hij zijn munus obsignans uit en herstelt ons door de gratia conservans en perficiens volkomen naar het evenbeeld van Christus, opdat deze de eerstgeborene zij onder vele broederen.

') Gennrich;Studiën zur paulin. Heilsordnung. Th. Stud. u. Krit. 1898 bl. 377—431.

Sluiten