Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ezech 16:6, en laat door zijne dienaren noodigen tot bekeering en leven, Dent. 30, 2 Kon. 17:13, Jes. 1:16 v., Jer. 3, EzecklS, 33 enz Rom. 8:28, 29, 2 Cor. 5:20, 1 Thess. 2:12, 5:24, 2 Thess. -.1 , 1 Petr. 2: 9, 5:10 enz. Wijl deze roeping Gods m en door den Zoon tot de mensche'n komt en Christus de verwerver der zaligheid is wordt zü ook speciaal aan Hem toegeschreven; gelijk de Vader alle dingen door Hem schiep en Hij toch ook zelf de Schepper aller: dingen xs, zoo is Hij ook zelf de roepende, Mt. 11:28, Mk. 1:15,2 .17, Lu . 5-32 19-10 die arbeiders in zijn wijngaard uitstoot, Mt. 10. l , ter bruiloft noodigt, Mt. 22:2, de kinderen vergadert als een hen hare kiekens, Mt. 23:37, apostelen en leeraars aanstelt, Mt. , 28 • 19 Luk. 10, Ef. 4:11, wier geluid over de geheele aarde ui gegaan is, Rom. 10:18. Ofschoon de roeping dus wezenlijk van God of van Christus uitgaat, zoo bedient Hij zich daarbij toch van menschen, niet alleen in den engeren zin van profeten en apostelen, herders en leeraars, maar ook in het algemeen van ouders en verwanten, van onderwijzers en vrienden. Zelfs komt er eene sprake tot ons uit al de werken van Gods handen, uit de gangen de

historie, uit de leidingen en ervaringen van ons leven. Alles spreekt

den vrome van God. Al geschiedt de roeping m engeren zin ook door het woord des Evangelies, deze mag toch niet gescheiden worden van die, welke door natuur en geschiedenis tot ons kom . Het verbond der genade wordt gedragen door het algemeene verbond der natuur. Christus, die de middelaar des verbonds is, is dezelfde die als Logos alle dingen geschapen heeft, die als licht in de duisternis schijnt en verlicht een iegelijk mensch,komende m de wereld. God laat zich aan niemand onbetuigd, maar doe g van den hemel en vervult ook de harten der Herdenen met spijs en vroolijkheid, Ps. 19 :2-4, Mt. 5 : 45, Joh. 1:5, 9, 10, Ro . 1-19—21, 2:14, 15, Hd. 14:16, 17, 17:27.

Er is daarom allereerst eene vocatio realis te onderscheiden ie niet zoozeer in duidelijke woorden als wel in zaken (res), door natuur, geschiedenis, omgeving, leidingen en ervaringen tot den mensch komt, die niet tot middel heeft het Evangelie maar de we , en door die wet in gezin, maatschappij en staat, in religie en moraal in hart en geweten den mensch tot gehoorzaamheid roept en tot het doen van het goede verplicht. >) Deze roeping is wel onvoldoende

synopsis Pu, theol. 30, 2. 3. Mastric** Theo,. VI2 15. Witsius, Oec. foed. 111 5,7-15. Marck, Theol. 17, 10. De Moor, Oomm. III 386, 387.

Sluiten