Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in den mensch door de genade tot stand gebracht wordt, is veel te rijk en te groot, dan dat het uit eene suasio moralis van het woord der prediking zou kunnen verklaard worden. Eindelijk 5° de Schrift spreekt zelve van de roeping in tweeërlei zin. Meermalen gewaagt zij van eene roeping en noodiging, die niet opgevolgd wordt, Jes. 65 : 12, Mt. 22 : 3, 14, 23 : 37, Mk. 16 :15, 16, enz., en dan kan zij zeggen, dat God alles van zijne zijde gedaan heeft, Jes. 5:4, en dat de menschen door hun onwil niet geloofd en Gods raad, den H. Geest, de roeping hebben weerstaan, Mt. 11:20., 23 : 37, Luk. 7 : 30, Hd. 7 : 51. Maar zij kent ook eene roeping, die God tot auteur heeft, realiseering der verkiezing en altijd krachtdadig is; zoo bepaaldelijk bij Paulus, Rom. 4:17, 8:30, 9:11, 24, 1 Cor. 1:9, 7 :15v., Gal. 1:6, 15, 5:8, Ef. 4:1, 4,

1 Thess. 2 :12, 2 Tim. 1: 9, cf. ook 1 Petr. 1: 15, 2:9, 5 :10,

2 Petr. 1:3; de geloovigen kunnen daarom eenvoudig als x^rjzoi, Rom. 1:7,1 Cor. 1: 2, 24, xlrjtoi Xqigtov, of xh-jtoi sv xvqu>>, 1 Cor. 7 : 22, d. i. geroepenen door God, die Christus toebehooren en in zijne gemeenschap leven, worden aangeduid. Daarnaast kent Paulus wel eene prediking des Evangelies aan zulken, die het verwerpen, maar hun is het Evangelie eene dwaasheid, 1 Cor. 1: 18, 23, eene reuke des doods ten doode, 2 Cor. 2:15, 16, zij verstaan het niet, 1 Cor. 2:14. Als een kracht Gods, 1 Cor. 1:18, 24, bewijst het zich aan hen, die door God naar zijn voornemen geroepen worden, Rom. 8: 28, 9 :11, 11: 28, Ef. 1:4, 5.

436. Wijl de krachtdadige roeping, zooals Paulus daarvan spreekt, de vocatio verbalis externa en ook zelfs de vocatio realis niet uitsluit, maar in zich opneemt, hebben wij daarbij aan al den arbeid Gods te denken, welke van zijne zijde door Woord en Geest, uitwendig en inwendig, middellijk en onmiddellijk, radend en krachtdadig verricht wordt, om in den natuurlijken mensch een geestelijken mensch te doen geboren worden, die van den allereersten aanvang af uit Hem, in de gemeenschap met Christus en door den Heiligen Geest het leven ontvangt. Deze roeping staat dus in onverbrekelijk verband met en leidt vanzelve heen tot die andere weldaad van het genadeverbond, welke gewoonlijk den naam van wedergeboorte draagt. Het Grieksche woord nahvyevsaia of tcuP.tyysveGia komt niet voor het eerst in het Nieuwe Testament, doch ook elders in de litteratuur voor en had verschillende beteekenissen. In de Stoïsche wijsbegeerte werd het gebruikt van de wereldver-

Sluiten