Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woord dezelfde zaak aanduiden, en dit vermoeden wordt daardoor versterkt, dat in vs. 24, 25 in het geheel niet meer van het zaad gesproken wordt, maar dat het als gras vergankelijke vleesch aan het woord alleen wordt tegengesteld. Wijl nn deze wedergeboorte te danken is aan God, die ze tot stand bracht door de opstanding van Christus en door middel van het levende woord, daarom is zij eene wedergeboorte-tot-levende-hoop. Dit vormt bij Petrus als het ware één begrip; het nieuwe leven heeft hoop tot inhoud; heel het leven der geloovigen wordt door hoop gedragen en geleid; zij bepaalt hun handel en wandel. Zij is trouwens ook geen dood bezit, maar levend, werkzaam, krachtig; zij strekt zich uit naar en bindt de geloovigen vast aan de hemelsche erfenis, 1:4—13, zij roept en bekwaamt hen ook tot een heiligen wandel, naar het voorbeeld van Christus, 1: 14 v. De wedergeboorte-tot-levende-hoop is tegelijk wedergeboorte tot een nieuw, heilig leven.

Bij Paulus ligt de wedergeboorte reeds opgesloten in de roeping, welke hij steeds neemt in krachtdadigen zin. Vandaar dat het woord slechts eenmaal bij hem voorkomt, in Tit. 3 :5, waar hij zegt, dat God ons niet heeft zalig gemaakt uit onze werken, maar overeenkomstig zijn barmhartigheid óiu Xovtqov nahvysveaiccg xcci ccvctxaivcocrfco? nvsv^iaTog ciyiov, d. i. door middel van het bad der door den H. Geest gewerkte wedergeboorte en vernieuwing. Sommigen vinden hierin eene zinspeling op of directe heenwijzing naar den doop; anderen meenen, dat de apostel de wedergeboorte en vernieuwing door den H. Geest onder het beeld van een bad voorstelt. De zaak verandert er niet door, en de eerste gedachte is zonder twijfel paulinisch ; Rom. 6 levert er het bewijs voor. Als degenen, die te voren door God verordineerd zijn, in den tijd worden geroepen, krachtdadig, zooals Paulus dat zelf ondervonden had op den weg naar Damascus; als zij, gelijk de apostel het elders uitdrukt, Phil. 3 : 12, van Jezus Christus zeiven gegrepen zijn, dan komen zij in datzelfde oogenblik tot het geloof, en door dat geloof ontvangen zij de rechtvaardigmaking en de aanneming tot kinderen, Rom. 3:22, 24, 4:5, 5:1, Gal. 3 : 26, 4 : 5, enz., met de verzekering daarvan door het getuigenis des Heiligen Geestes, Rom. 8 :15,16, Gal. 4 : 6, 2 Cor. 1: 22, Ef. 1:13, 4:30. Maar dit is niet de eenige verandering, die met hen plaats grijpt. De krachtdadig geroepenen worden door het geloof ook terstond opgenomen in de gemeenschap met Christus; zij worden met Hem begraven en opgewekt, Rom. 6 : 3 v., levend gemaakt, Ef. 2:1,5, naar zijn beeld veranderd, Rom. 8 : 29, 30, 1 Cor. 4 :15, 2 Cor. 3 :18,

Sluiten