Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet tot Christus komen, 6 : 44, den H. G-eest niet ontvangen, 14:17. En daarom is er wedergeboorte van noode. Deze is een ysvvrj&wvai avoo&ev, d. i. van boven, 3:3, cf. 3:31, 8:23, 19:11, 23, èx &eov, 1:13, I 2, 20, 3:9 enz., uit water en Geest, 3:5, d. i. uit den G-eest, 3:6, 8, wiens reinigende werkzaamheid in het water haar beeld heeft, cf. Ezech. 36: 25—27, Mt. 3:11, geheimzinnig en wonderlijk, zoodat niemand oorsprong en wezen er van kent, 3:8. Deze wedergeboorte wordt daarom bij Johannes ook niet zoo rechtstreeks als bij Paulus met de roeping in verband gebracht, maar meer beschouwd als een werk des Vaders, die de zijnen tevoren aan Christus gegeven heeft en hen in den tijd tot Christus heenleidt. Immers werkte Christus als Logos ook reeds vóór zijne vleeschwording, 1:1—13; Hij scheen als licht in de wereld, maar deze kende Hem niet, 1:5, 9, 10. Hij kwam tot het zijne, tot Israël, en de zijnen namen Hem niet aan, 1:11; maar toch was ook toen zijne komst niet geheel vruchteloos, want zoovelen als Hem aannamen, kregen reeds de macht, om kinderen Gods te worden. En dat waren dezulken, die uit God geboren waren, 1:12, 13 cf. 1 Joh. 5 :1. Voordat de menschen tot Christus komen en in Hemgelooven, zijn zij al uit God, 8 :47, uit de waarheid, 18: 37; zij worden door den Vader gegeven aan den Zoon, 6 : 37, 39, 17 : 2, 9; Hij trekt ze tot Christus, 6 : 44; en al wie zoo tot Christus komt, werpt Hij niet uit en verliest Hij niet, maar bewaart Hij tot het eeuwige leven, 6:39, ]0:28, 17:12. Christus komt, om hen, die als door den Vader Hem gegeven zijne schapen reeds zijn, 10 : 27, toe te brengen, om hen zijne stem te doen hooren en volgen en tot ééne kudde te vergaderen, 10 : 16, 11: 52; om hun, die al in zekeren zin kinderen Gods zijn, 11:52, de i^ovaia, het recht en de bevoegdheid te schenken, om het te worden, om zich als zoodanig, als geborenen uit God, als rexva rov Otov, te openbaren en dit vooral te toonen in de broederlijke liefde, d. i. in de liefde tot hen, die eveneens uit God geboren zijn, 1 Joh. 5 : 1.

Ten onrechte wordt deze leer van Johannes door sommigen tot een gnostisch dualisme herleid J). Het is immers geen dualisme, dat van nature bestaat, want alle dingen zijn oorspronkelijk door den Logos geschapen, 1:3; de wereld gansch in het algemeen is het voorwerp van Gods liefde, 3:16; God gaf zijn Zoon, niet om

Seholten, Het Evangelie naar Johannes 1864 bi. 89 v. Holtzmann, Neut. Theol. II 468 v.

Sluiten