Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verloren donum superadditum, en dus den mensch Gode gelijkvormig maakt, in de kerk als het lichaam van Christus en dus in Christus zeiven inlijft, en tot het doen van bovennatuurlijke goede ■werken en tot het verdienen van het eeuwige leven in staat stelt. Behalve in enkele buitengewone gevallen is deze gratia infusa niet anders te verkrijgen dan door het sacrament der kerk; de doop is dus volstrekt noodzakelijk tot de zaligheid en de mensch daardoor absoluut afhankelijk van de kerk en haar priester. Dat is hij zelfs niet alleen bij den aanvang, maar blijft hij bij den voortduur. Want niet alleen heeft hij voor de later begane peccata venialia altijd weer het sacrament der boete noodig, maar hij kan de in don doop ontvangen genade ook weder door peccata mortalia verliezen en ze dan niet anders dan door de bemiddeling der kerk terugkrijgen. De wedergeboorte is geen duurzaam, blijvend goed, maar in haar bestaan en ontwikkeling voortdurend van het werk des menschen afhankelijk *).

440. Door het beginsel uit te spreken, dat de mensch gerechtvaardigd wordt uit genade door hot geloof alleen, drong de Reformatie de kerk als middelares des heils op zijde en herstelde zij den rechtstreekschen band der ziel aan God, onder bemiddeling van Christus en zijn woord alleen. Zij plaatste dientengevolge de Schrift vóór de kerk en het woord vóór het sacrament. Maar dit principe bracht eigenaardige gevaren en moeilijkheden mede. Want de Anabaptisten trokken het zoover door, dat zij de kerk en de sacramenten als middelen der genade geheel verwierpen, de wedergeboorte als een nieuw leven van actief geloof en bekeering afhankelijk maakten, en dus den doop alleen toelieten op grond van persoonlijke belijdenis. Luther keerde toen halverwege op zijne schreden terug, en de Lutherschen leerden later eenparig, dat de sacramenten inderdaad geloof en bekeering onderstellen, maar dat, wijl bij kinderen daarvan geen sprake kan zijn, de doop door de kracht des H. Geestes, die met het doopwater zich verbindt, aan hen die genade schenkt, welke eigenlijk door het sacrament vooraf werd vereischt en ondersteld. Men keerde dus tegen de Anabaptisten het argument om; in plaats van te besluiten, dat de kinderen, wijl geen geloof en bekeering kunnende oefenen, ongedoopt moesten blijven, redeneerde men, dat zij juist gedoopt moesten worden, om het geloof en de

!) Conc. Trid. VI 4 v. Catech. Rom. II 2, 25 v. En verg. reeds vroeger deel III 583 v.

Sluiten