Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

telijke waarheden hoogst opmerkelijk. En sprak zich n.1. ten aanzien van het begrip der wedergeboorte de overtuiging in uit, dat het zedelijk bederf van den mënsch veel dieper school dan in zijn verstand, dat er een Hang zum Bösen in hem was, en dat daarom tot zijn herstel geene verlichting en geene ontwikkeling voldoende was, maar dat er niet minder noodig was dan eene radicale hervorming, eene revolutie in zijne gezindheid, een totale omkeer in de maximen van zyn leven en handelen. Kant en Fichte in zijne eerste periode achtten deze mogelijk door een vrije, intelligibele daad van den wil. Maar toen de idealistische philosophie zich later in pantheïstischen zin ontwikkelde, werd in deze wedergeboorte van den mensch tegelijk zijne eigene daad en een werk Gods aanschouwd; ze was eine göttliche Transmutationx).

Dergelijke gedachten komen ook later bij andere wijsgeeren voor2), en zijn in den laatsten tijd vooral door Eucken ontwikkeld. Het geestesleven in den mensch neemt toch volgens dezen wijsgeer eene eigene plaats in; het openbaart zich in de idealen van het ware, goede en schoone, welke het zich vormt, in de normen, waarnaar het zichzelf ontwikkelen wil, in den rijken cultuurarbeid, waarop het zijn stempel drukt. Al deze openbaringen bewijzen de zelfstandigheid, de eenheid en de vrijheid van het geestesleven ten opzichte van het natuurmechanisme, maar toonen tevens het recht der religie aan. Want deze is niet middel tot geluk, maar Selbsterhaltung en Selbstbehauptung van het geestesleven in de kracht Gods. Sie beruht auf der Gegenwart des göttlichen Lebens im Menschen, sie entwickelt sich in Ergreifung dieses Lebens als des eigenen AVesens, sie besteht also darin, dass der Mensch im innersten Grunde seines AVesens in das göttliche Leben gehoben und damit selbst einer Göttlichkeit teilhaftig wird 3). Als het Christendom nu optreedt als Erlösungsreligion, dan neemt het daarmede eene scherpe tegenstelling aan tusschen wat de mensch is en wat hij zijn moet, spreekt het zijne onmacht uit, om door langzame verbetering de hoogte te bereiken en verkondigt het eene verandering en verheffing door een onmiddellijk ingrijpen van het goddelijke. En dit wordt door de ervaring van

') Schelling, Werke I 7 bl. 388. Diepzinnig is ook het woord van Goethe in zijn Selige Sehnsucht: und solang du das nicht hast, dieses: stirb und werde, bist du nur ein trüber Gast auf der dunklen Erde.

2) Verg. o. a. Lotze, Mikrokosmos III 361 v. Carrière, Zedelijke wereldordeUtrecht 1880 bl. 328. de Bussy, Ethisch idealisme bl. 39 v.

3) R. Eucken, Der Wahrheitsgehalt der Religion". Leipzig 1905 bl. 149.

Sluiten