Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liet geestesleven bevestigd, want deze leert, dass das Geistesleben die. ihm notwendige Selbstandigkeit aus der Welt der Erfahrung nicht finden kann, dass alle echte Geistigkeit einen Bruch mit dieser Welt, sowie das Wirken einer nenen Welt in sich tragt. In geistigen Dingen geht für den Menschen aller Weg zum Ja durch ein Nein, und ist ohne eine innere Erhöhung aus der Kraft eines absoluten Lebens alle Mühe verloren l).

In de theologie werd het begrip der wedergeboorte weder door Schleiermacher hersteld. Zelfs kwam dit begrip bij hem in het -centrum der heilsorde te staan, want godsdienst en bepaaldelijk het Christendom was niet eene geopenbaarde leer noch ook eene tot doen ons verplichtende zedewet, maar leven, persoonlijk leven in de gemeenschap met God. Dienovereenkomstig bestond de verlossing objectief in de mededeeling van de heiligheid en zaligheid van Christus' Godsbewustzijn, waaraan dan subjectief de wedergeboorte beantwoordt, dat is, de opneming van den mensch in deze levensgemeenschap met Christus. Als Christus ons tegemoet treedt en krachtig op ons inwerkt, dan wordt het voorheen zwakke en onderdrukte Godsbewustzijn in ons opgebeurd, versterkt en tot heerschappij gebracht. Er ontstaat dan in ons eene nieuwe, godsdienstige persoonlijkheid, die met den ouden toestand breekt, een nieuw leven aanvangt, en dit in de heiliging ontwikkelt en voltooit. De wedergeboorte is dus der Wendepunkt, an dem das frühere Leben gleichsam abbricht und das neue beginnt. Schleiermacher heeft de verdienste, dat hij de wedergeboorte weder opnam in de dogmatiek, daaronder eene godsdienstig-zedelijke verandering verstond, en ze ook met den persoon van Christus in verband bracht. Maar hij heeft zich daarbij niet geheel aan den invloed der pantheïstische philosophie kunnen onttrekken. Dat komt ten eerste daarin uit, dat hij, in verband met zijne opvatting van de zonde als zinnelijkheid en van Christus' verschijning als de wedergeboorte van het menschelijk geslacht, de wedergeboorte van den individueelen mensch beschouwt als een, zij het ook allergewichtigst, moment in het proces, waarbij de geest zich in de gemeenschap met God verheft boven en vrijmaakt van de heerschappij der zinnelijke natuur. En ten andere brengt dit weder mee, dat de rechtvaardiging afhankelijk gemaakt wordt van de bekeering. De opneming in de

') Eucken t. a. p. bl. 393. Verg. ook zijn Hauptprobleme der Religionsphilos. der Gegenwart2. Berlin 1907 bl. 83 v. 95 v.

Sluiten