Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

levensgemeenschap met Christus, dat is de wedergeboorte heeft, n.1. twee zijden. Eenerzijds brengt ze eene verandering aan in de verhouding tot God, en dit is de rechtvaardiging; andererzijds bestaat ze in eene verandering des levens, en zoo heet zij de bekeering (nader nog weer onderscheiden in boete en geloof). Zoodra de mensch de wedergeboorte deelachtig is, m. a. w. zich bekeert en gelooft, staat hij niet meer als vroeger tegenover God als den Heilige en Rechtvaardige, maar ervaart hij zijne liefde en genade,, en verliest hij het bewustzijn van schuld en strafwaardigheid, waardoor hij weleer gedrukt werd; de wedergeboorte sluit eene verandering van zijn bewustzijn in en draagt in zoover den naam van rechtvaardiging, maar voor eene objectieve rechtvaardiging, die aan de bekeering voorafgaat, op de gerechtigheid van Christus rust en door het geloof alleen wordt aangenomen en genoten, is er in de geloofsleer van Schleiermacher geene plaats 1).

In de eerste leemte trachtte de Vermittelungstheologie te voorzien, door meer ernst te maken met de zonde (J. Müller) en door de geheel eenige, goddelijke natuur van Christus beter tot haar recht te doen komen (J. A. Dorner). Maar zij bleef toch aan de grondgedachte van Schleiermacher getrouw, dat het Christendom in de eerste plaats een nieuw leven had gebracht, en werkte deze nu zoo uit: wat de komst van Christus was voor het menschelijk geslacht, dat is de wedergeboorte voor den enkelen mensch; Christus was als Logos reeds het leven en licht der menschen, en maakte dit leven door zijne vleeschwording en nader nog door zijne opstanding tot eigendom van de gansche menschheid; Hij werd als centraalindividu het hoofd eener nieuwe menschheid. Maar dit leven moet uit Hem ook in den enkelen mensch worden overgeplant, en dat geschiedt in de wedergeboorte. Nadat Christus zelf in zijne opstanding en hemelvaart voltooid, vollendet, is, leidt Hij door den Geest achtereenvolgens den enkelen mensch, de menschheid en heel den kosmos in de gemeenschap van zijn god menschelijk leven in. Hij „erweitert" zijn individueele leven tot een universeel godmenschelijk leven. De wedergeboorte is dus wel geene transsubstantiatie, maar toch een Abbild der gottmenschlichen Persönlichkeit Christi in ons; in haar wordt het persoonlijke leven van den mensch geboren tot

') Schleiermacher, Der Christi. Glaube§106—109. Verg. UVcrZ-s', Schleiermachers Lehre von der Wiedergeburt in ihrem Verhaltnis zu Kants Begriff des intelligibelen Charaktera, Keue kirchl. Zeits. 1909 bl. 400—415.

Sluiten