Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christelijke opvoeding, zich bij de gemeente aansluit, in vértrouwen op Jezus' persoon alle wantrouwen jegens God laat varen, en voorts in zijn zedelijk beroep het einddoel Gods, nl. het koninkrijk Gods, tot zijn eigen levenstaak maakt. Meer valt er eigenlijk niet van te zeggen, want een Busskampf is lang niet voor allen noodig en blijft uitzondering, en de geschiedenis, hoe iemand tot het geloof komt, is te individueel, dan dat zij nauwkeurig onderzocht en objectief beschreven zou kunnen worden. Genoeg zij het daarom te zeggen, dat, wie bij de gemeente zich aansluit, gerechtvaardigd en wedergeboren is. Beide zijn wezenlijk één 1). Op dezelfde wijze wordt door Herrmann de wedergeboorte met de ervaring van rechtvaardiging in het geloof vereenzelvigd. In zijn boek: Der Verkehr des Christen mit Gott, stelt hij zich ten doel, om alle mystiek uit de religie te verwijderen. De omgang van den Christen met God bestaat volstrekt niet in eenige gemoedsbewegingen en gevoelsindrukken, want, indien dat zoo ware, zouden zulke aandoeningen gezocht en gekweekt moeten worden en wierd het overige leven in arbeid, beroep enz. als minderwaardig achteruit gezet en de godsdienst zelf van zijn inhoud beroofd, want alle mystiek is uiteraard monotoon. Maar het verkeer met God ligt objectief voor ons in den persoon van Christus; in Hem en in Hem alleen is God voor ons aanwezig, komt Hij tot ons, doet Hij zich kennen als een God van genade, die de zonden vergeeft, knoopt Hij verkeer met ons aan en bewerkt onze zedelijke bevrijding. Een ander verkeer met God, buiten den historischen Christus om, is er niet en is ook niet noodig. Als wij het beeld van Jezus op ons laten inwerken, als wij in zijn persoon door het geloof Gods vergevende liefde ervaren, dan worden wij daardoor in datzelfde oogenblik geheel nieuwe menschen; we worden van schuldgevoel, angst, vreeze bevrijd, zijn verzekerd van Gods liefde, en gaan getroost en moedig aan den zedelijken arbeid. Herrmann ontkent dus niet, dat er in den natuurlijken mensch eene verandering plaats grijpen moet; hij legt juist zoo sterk mogelijk nadruk op persoonlijke ervaring en op persoonlijk godsdienstig leven. Maar deze verandering wordt in den mensch door het zien op Jezus, door het geloof aan Gods in Hem geopenbaarde liefde teweeggebracht. Eene andere, daarvan onderscheidene, daarnaast

') Ritschl, Rechtf. u Vers. III® 163 v. 557 v. TJnterricht in der Christl. Religion § 36 v. 46 v. Verg. ook Conrad, Begriff und Bedeutung der Gemeinde in Ritschls Theologie, Theol. Stud. u. Krit. 1911 bl. 230—292.

Sluiten