Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaande wedergeboorte, bestaande bijv. in instorting van een reëele kracht in den doop, is er niet; het geloof brengt de wedergeboorte, de nieuwe gezindheid en moed, vanzelve mede, de wedergeboorte is niet anders dan het geloof 1). Vandaar dat Kaftan de wedergeboorte evenals de rechtvaardigmaking nit de heilsorde naar het werk van Christus terugbracht en in haar eene weldaad zag, die objectief in Christus, bepaaldelijk in zijne opstanding, voor de gemeente gereed lag, en waaraan de individueele mensch door het geloof alleen deel kreeg2).

442. De verhouding tot de rechtvaardigmaking is wel een hoogst belangrijk, maar volstrekt niet het eenige verschil, dat bij de wedergeboorte zich voordoet. "Wie de verwachting mocht koesteren, dat de vragen, die bij dezen locus opkomen, en de antwoorden, die daarop gegeven worden, veel minder talrijk zijn, dan bij de dogmata der triniteit, vleeschwording, voldoening enz., vindt zich bitter teleurgesteld. De verscheidenheid der meeningen is zoo groot, dat het moeilijk is, om er een helder overzicht van te verkrijgen. In den eersten tijd, toen het Christendom in de wereld zijne intrede deed, hield men zich aan de eenvoudige orde, dat geloof en bekeering den weg baanden tot de weldaden van vergeving der zonden en eeuwig leven. Men sloot zich daarin bij de prediking van Johannes den Dooper, van Jezus en de apostelen aan. En zoo gaat nog altijd de openbare verkondiging van het Evangelie van Christus in de gemeente of in de zending te werk; ze kan niet optreden met den eisch van wedergeboorte, maar kan volwassenen alleen roepen tot geloof en bekeering. Elke nieuwe, religieuze beweging, zooals de Reformatie en later het Methodisme, begint daarom met diezelfde noodiging; geloof en bekeering staan, zoodra en zoolang het Evangelie met volwassenen te doen heeft, steeds op den voorgrond. Calvijn ging daarvan zelfs uit en liet in de via salutis de wedergeboorte volgen op het geloof. En tal van theologen, onder alle richtingen en in alle tijden, richten daarnaar de heilsorde niet; nadat zij over de roeping gehandeld hebben, gaan zij over tot de loei van geloof en bekeering.

Maar zoodra de gemeente bestand in de wereld verkregen heeft en tot nadenken ontwaakt, doen zich tegen deze orde twee bezwaren

!) 'Herrmann, Der Verkehr des Christen mit Gott. Stuttgart 1886, 5e u. 6e Ausg. 1908, passim, vooral bl. 276 v. 280 v.

a) Kaftan, Dogm. § 54, 55.

Sluiten