Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woord in de harten der kinderen werken kon; dat Hij dit steeds deed bij die kinderen der geloovigen, die in hunne jeugd stierven; dat Hij dit menigmaal deed ook bij die kinderen, welke in de gemeente geboren werden, in haar opgroeiden en later door persoonlijke belijdenis zich bij haar voegden; en dat dus in het algemeen de kinderen der geloovigen naar het oordeel der liefde als uitverkorenen en wedergeborenen beschouwd moesten worden, totdat uit hun belijdenis of leven beslist het tegendeel bleek. Wedergeboorte (in engeren zin) ging dus zoowel bij volwassenen als bij kinderen, zoo niet temporeel dan toch altijd logisch aan geloof en bekeering vooraf.

443. Nog grooter dan over orde en tijd, is het verschil, dat in de dogmatiek over de natuur der wedergeboorte bestaat. Gelijk vroeger reeds werd opgemerkt1), was het woord wedergeboorte ook buiten de Schrift, en in zeer verschillende beteekenissen, in gebruik. Soms werd er de leer der zielsverhuizing mede uitgedrukt, welke misschien van Indië uit in Griekenland doordrong en in Pythagoras en zijne school warme voorstanders vond. Toen sedert het einde der achttiende eeuw de litteratuur van Indië in Europa bekend werd, begon de Oostersche wijsheid een sterken invloed te oefenen op het Westersche denken. Buddhisme en theosophie drongen in de Christenheid door, en ook de leer der zielsverhuizing werd, onder den naam van wedergeboorte, door velen wederom als verhevene, goddelijke wijsheid begroet 2). Maar deze Indische wedergeboorte heeft met de Christelijke niets dan het woord gemeen; terwijl de Schrift onder wedergeboorte eene inwendige, geestelijke en zedelijke verandering verstaat, die op het lichaam niet anders dan een indirecten invloed uitoefent, denkt het Buddhisme daarbij aan eene zich tallooze malen herhalende incorporatie der zielen in telkens andere gestalten, zonder dat er eenige verandering in de ziel zelve plaats grijpt. En deze incorporatie is voor den Indiër geen voorwerp van hoop en blijde verwachting, maar integendeel van angst en vreeze, waarvan hij door onderdrukking van bewustzijn en wil zich zoekt te bevrijden 3).

!) Verg. boven bl. 15 v.

2) Soms tracht men deze leer der reïncarnatie ook als eene Christelijke voorte stellen, die door Jezus zeiven onderwezen werd, verg. Carl Andresen. Die Lehre von der Wiedergeburt auf theistischer Grundlage. Ein Beitrag zur Eineuerung der christl. Theologie2. Hamburg 1899.

*) Gennrich, Die Lehre von der Wiedergeburt bl. 275—355. J. S. Speyer, De Indische theosophie en hare beteekenis voor ons. Leiden 1910 bl. 86—93.

Sluiten