Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vermogens van verstand en wil, in eene instorting van nieuwe hebbelijkheden te bestaan, maar ze betreft alleen de werkingen van die vermogens. Dit was de voorstelling, die door de Socinianen, de Remonstranten, de Rationalisten van de wedergeboorte gegeven werd; ze waren zelfs min of meer van het woord afkeerig en legden er, wanneer ze het bleven gebruiken, nadruk op, dat het eene figurata loquendi formula was, cujus partes urgendae non sunt, nisi in multa absurda velimus incidere 1). De wedergeboorte is eene overdrachtelijke uitdrukking voor de vitae ante actae secundum doctrinam Domini Jesu reformatio; zij heeft alleen betrekking op vitae mores actionesque; eigenlijk zijn wedergeboorte en bekeering eene en dezelfde, zaak, de eene maal van Gods, de andere maal van 's menschen zijde bezien 2).

Volgens anderen bestaat de wedergeboorte in eene vernieuwing van het bewustzijn van den mensch. Maar hierbij is weer tweeërlei richting te onderscheiden. De Gereformeerden leerden n.1., evenals de Roomschen en de Lutherschen, dat de wedergeboorte niet alleen eene verandering aanbracht in de daden, maar bepaaldelijk ook in de vermogens van den mensch. Tengevolge van de psychologische meening, dat de wil altijd en vanzelf de laatste uitspraak van het practische verstand volgt, en ten einde ook in de bekeering de zedelijke natuur van den mensch te handhaven, kwam Johan Camero, die een korten tijd te Montauban hoogleeraar was, tot do leer, dat de verlichting des verstands in de wedergeboorte voldoende was, wijl de wil dientengevolge vanzelf in de goede richting geleid werd 3). De Gereformeerden kwamen daar vrij eenparig tegen in verzet, en hielden zich aan de uitspraak van de Dordsche Synode, dat de H. Geest in de wedergeboorte het verstand verlicht en ook nieuwe hoedanigheden in den wil stort 4); maar Camero had toch

') Aldus de Remonstranten op de Haagsche Conferentie, bij M. Vitringa, Doctr. III 227.

2) Zie verschillende citaten uit Socin. en Remonstr. geschriften bij M. Vitringa, Doctr. III 225—229. De Moor, Comm. IV 782—784. Verg. can. Dordr. III, IV Verw. 3. Zie ook de aan de Remonstranten verwante gevoelens van de theologen der New Divinity School in America, Emmons, Finney en Taylor, bij Hodge, Syst Theol. III 7—15.

3) Verg. mijn Roeping en Wedergeboorte bl. 70 v.

<) Can. Dordr. III, IV 77. Er is hierbij nog weer verschillende accentueering mogelijk van de vermogens, die in wedergeboorte of bekeering veranderd worden. Naarmate de zonde meer in het verstand, in de affecten of in den wil wordt geplaatst en dus meer als duisternis, passie of afkeer van en vijandschap tegen

Sluiten