Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grooten invloed op de school van Saumur (Amyraldus, Cappellus, Pajon) en bereidde door zijne denkbeelden het latere rationalisme voor x). Hier wordt dus de regeneratio vereenzelvigd met de aan het geloof voorafgaande illuminatio. Maar het is ook mogelijk, om de wedergeboorte gelijk te stellen met de vernieuwing van het bewustzijn, die een gevolg is van het geloof of met het gelooven zelf samenvalt. Luther n.1. verstond onder de wedergeboorte nu eens de donatio fidei en dan weder de door het geloof in het bewustzijn aangebrachte verandering, bestaande in troost, blijdschap, vrede enz.; wo Vergebung der Simden ist, da ist Leben und Seligkeit2). Dit spraakgebruik wordt ook gevolgd in de Luthersche belijdenisschriften; nu eens is regeneratio daar eene weldaad, die van de justificatio onderscheiden is, en dan weder worden beide vereenzelvigd 3). Op de laatste beteekenis van het woord wedergeboorte beriepen zich Ritschl en de zijnen, als ze geene andere wedergeboorte aannamen, dan die in en door het geloof ontstaat; mit der Entstehung des Glaubens fangt in dem Christen ein neues Leben an, das eine Sinnesanderung von Grund aus mit sich führt, ein Leben aus der Kraft Gottes an Stelle der bisherigen Ohnmacht 4). En niet alleen de Göttinger school droeg deze leer voor, maar ook anderen, inzonderheid H. Cremer, E. Cremer en Althaus, namen haar over en verdedigden ze met kracht 5).

•God wordt opgevat, valt bij de herschepping van den mensch op de verlichting, de regeling der affecten of de vernieuwing van den wil de nadruk. De voorstelling verschilt ook, naarmate de bekeering overeenkomstig eigen zondigen toestand op andere wijze doorleefd wordt. Zelfs de psychologie, die men toegedaan is, oefent hier invloed. Melanchton bijv. sprak in den eersten tijd schier alleen van mens et cor (affectus) en maakte van de voluntas schier geen gewag; ze was in de affecten begrepen en daaraan onderworpen; de bekeering bestond dus vooral in instorting van nieuwe affecten. Toen hij later meer studie maakte van Aristoteles en zijne psychologie overnam, onderscheidde hij de voluntas van de affecten, zette ze daarbuiten en daarboven, gaf haar eenige macht om ze te regelen en te leiden en kwam hij er zelfs toe, om ze in de bekeering eenigszins te laten medewerken (synergisme). Verg. E. F. Fischer, Melanchtons Lehre von der Bekehrung usw. Tübingen Mohr 1905 bl. 19 v. 47 v. 97 v.

') Schweizer, Centraldogmen II 235 v.

!) Verg. Loofs, Dogmengesch.* 754 v. 766. 782 enz.

') J. T. Muller, Die Symb. Bücher der ev. luth. K. bl. 98, 108, 109, 115 enz. verg. met bl. 528, 613, 615.

4) Eerrmcinn, Der Verkehr des Christen mit Gott 1908 bl. 267. Kirn, in PRE3 XXI 250, 255.

5) Cremer, Taufe, Wiedergeburt und Kindertaufe*. Gütersloh 1901. E. Cremer,

Sluiten