Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijd van hunne wedergeboorte niet moesten en niet altijd konden weten *); de wedergeboorte was niet zelve eene zaak van ervaring, maar van geloof: diese Gebnrt wird nicht gesehen noch gegriffen, sondern allein geglaubet 2). Maar sedert Leibniz is dit onbewuste in philosophie en psychologie van groote beteekenis geworden. De term is echter onduidelijk en kan in zeer verschillenden zin worden opgevat. Wanneer wij, als hier niet in aanmerking komende, die werkingen van onze biologische, physiologische, vegetatieve functies buiten rekening laten, welke geheel en al buiten ons bewustzijn omgaan, en alleen door opzettelijk, wetenschappelijk onderzoek gekend worden, dan blijven er in hoofdzaak nog twee gebieden over, welke onder het onbewuste kunnen vallen. In de eerste plaats kan men er al die voorstellingen, gedachten, lusten, begeerten enz. onder samenvatten, die op een gegeven oogenblik niet in het bewustzijn present zijn, maar die, als van allen kant het bewustzijn omgevende of onder den drempel van het bewustzijn in bet heel of half donker weggezonken, toch bij eene of andere gelegenheid door herinnering, associatie enz. daarin terug kunnen keeren; daartoe behooren al die voorstellingen enz., die wij van onze prille jeugd af hebben opgedaan, en ook al die vaardigheden en kundigheden, welke we door langdurige oefening ons hebben eigen gemaakt. Maar in de tweede plaats kan men bij het onbewuste ook denken aan al die intuities, die plotseling als een bliksemstraal in het bewustzijn inschieten, in het leven van het genie, den heros, den profeet, den ziener zulk eene gewichtige beteekenis hebben, ook in clairvoyance, somnambulisme, telepathie en allerlei occulte verschijnselen zich gelden doen, en die naar veler meening terugwijzen naar geheimzinnige, verborgene krachten in den menschelijken geest of ook naar eene andere, geestelijke wereld, waarmede de mensch in gemeenschap staat of zich in gemeenschap stellen kan.

Naargelang men het onbewuste nam in den eersten of in den tweeden zin, droegen de nieuwere godsdienstpsychologen eene andere leer van wedergeboorte of bekeering voor. In het eerste geval bestond deze daarin, dat voorstellingen, indrukken, ervaringen enz., soms jaren geleden in de prille jeugd ontvangen, langzamerhand of ook wel plotseling op later leeftijd, naar aanleiding van eene of andera schokkende gebeurtenis, in het bewustzijn terugkeerden, de daar tot

x) Calvijn, Inst. III 3, 2.

2) Luther bij Herrmann, Der Verkehr bl. 278.

Sluiten