Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elkander verbonden en worden dikwerf in het eene woord: wedergeboorte, samengevat; maar tot recht verstand is distinctie onmisbaar. De wedergeboorte in artieven zin, de wederbarende werkzaamheid Gods, is slechts eene andere naam voor de roeping, n.1. de vocatio efficax. En het verband tusschen de roeping in dezen zin (regeneratio activa) en de wedergeboorte in passieve beteekenis is hetzelfde als tusschen het spreken door en het hooren en leeren van den Yader, Joh. 6: 45, als tusschen het trekken en volgen, Joh. 6:44, als tusschen het geven en aannemen, Joh. 6 :65, als tusschen de krachtdadige aanbieding en de passieve aanvaarding des heils, tusschen het zaaien en het gezaaide 1). Eerst hebben wij dus in de wedergeboorte op de werkzaamheid Gods de aandacht te vestigen, waarover ten deele reeds boven bij de roeping gehandeld werd, maar waaraan thans nog het volgende dient toegevoegd te worden.

Evenals de vocatio deels externa, deels interna is, sluit de daad Gods in de wedergeboorte eene zedelijke en eene (voorloopig zoo genoemde, en straks nader te verklaren) hyperphysische werking in 2). Eerstgenoemde werking geschiedt door het woord, richt aich op het bewustzijn (niet alleen de theoretische, maar vooral ook de practische rede met het geweten) en daardoor heen op den wil van den mensch. In de prediking van het Evangelie aan volwassenen, bepaaldelijk bij de zending, gaat deze vooraf, en komt dus de vocatio externa in orde vóór de wedergeboorte te staan, ofschoon zij er temporeel ook mede samenvallen mocht. Nu kennen de Pelagianen van alle schakeering geene andere werkzaamheid Gods in de wedergeboorte dan deze suasio moralis: zij achten deze voor de volwassenen genoegzaam, omdat de wil des menschen door de zonde óf in het geheel niet aangetast óf slechts verzwakt is geworden, en dus, indien hij wil, aan deze zedelijke aanrading gevolg kan geven; en wat de kinderen betreft, is ook deze suasio moralis niet noodigr omdat de erfzonde geheel geloochend of als een, buiten hun schuld omgaand, gebrek wordt aangemerkt3). Onder de voorstanders van

*) Amesius, Med. Theol. I 26, 7 v. Voetius, Disp. II 452, 463 v. Heidegger, Corpus Theol. XXI 61.

') Voetius, Disp. II 449, verg. mijn Roeping en Wedergeb. bl. 88.

*) Limborch, Theol. Christ. IV 12, 2 vereenzelvigt dan ook de uit- en inwendige roeping: interna vocatio non est virtus Spiritus seorsim operans a verbo, sed per verbum et verbo semper inest, adeo ut revera una eademque sit vocatio, sed quae secundum diversos respectus vocetur externa et interna.

Sluiten