Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarnaar de gemeente hare jeugdige kinderen te beschouwen en te behandelen had, totdat uit hun leven het tegendeel bleek; volstrekte zekerheid was en is hier niet te verkrijgen. Voorts moet bij de vocatio externa wel worden bedacht, dat ze volstrekt niet alleen geschiedt door de openbare prediking of zelfs door het lezen en onderzoeken der H. Schrift, maar ook plaats heeft in het eenvoudige woord, dat in den huiselijken kring door vader of moeder gesproken en door het kind gehoord wordt; en niemand kan zeggen, wanneer en op welke wijze dit woord op het gemoed der kinderen zijn invloed kan beginnen te oefenen. Verder overwege men wel, dat de inwendige roeping of wedergeboorte zonder twijfel steeds in orde aan het salutariter audire van het woord Gods vooraf gaat, gelijk Maccovius ') dan ook terecht beweerde, maar volstrekt niet altijd aan het uitwendig hooren noch ook aan de zedelijke werking, die van het woord op hart en gemoed uitgaat. God kan het hart openen vóór, maar ook onder het hooren van zijn woord, Hd. 16 : 14. Hij kan Ezechiël doen profeteeren over de dorre beenderen, dat ze gaan leven, Ezech. 37 : 14 v.; op de roepstem van Jezus, Lazarus doen uitkomen uit het graf, Joh. 11 : 43, 44; de dingen, die niet zijn, roepen, alsof ze waren, Rom. 4 : 17. Eindelijk houde men in het oog, dat de roeping in het algemeen volstrekt niet alleen bedoelt, om de wedergeborenen tot geloof en bekeering te brengen, maar beteekenis heeft voor alle menschen. Er is eene Vocatio universalis, eene vocatio generalis, eene vocatio specialis; maar deze schoone belijdenis kan niet tot haar recht komen, als de roeping na de wedergeboorte geplaatst en alleen met de wedergeborenen in verband wordt gebracht.

445. Om al deze redenen hielden de Gereformeerden algemeen en eenparig aan het verband van uit- en inwendige roeping en alzoo ook aan de orde van roeping en wedergeboorte vast2). Zij

Maccovins, Loei Comm. bl. 710—724.

2) Calvijn, Inst. III 24. Polanus, Synt. Theol. bl. 448 v. Polyander, Synopsis pur. theol. disp. XXX. Heidegger, Corpus Theol. II 205 v. Turretinus, Theol. El. Loc. XV. De Moor, Comm. IV 463—465, 469. M. Vitringa, Doctr. III 169 170—232 enz. Verg. ook Klein, De Zoon Gods onder de wet en het leven van Christus onder de wet. Sneek 1901 bl. 57. Hierbij houde men echter in het oog, dat de Geref. theologen deze orde voor de gewone hielden, maar daarnaast toch altijd ruimte lieten voor eene vocatio extraordinaria, Polyander, t. a. p. XXX 15, 33. Turretinus, t. a. p. XV 1, 10, enz.

Sluiten