Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■een pneuma, als een nieuw bestanddeel van zijn wezen, bij zou krijgen, want ook de psychische mensch bezit in psychologischen zin een pneuma, Gen. 41: 8, 45 : 27, Zach. 12 : 1, Luk. 23 : 46, Joh. 11: 33, Hand. 7 : 59, 17 :16, 1 Cor. 2 : 11, 5:3, 7 : 34, 2 Cor. 7 :1, 1 Thess. 5 :23, Hebr. 4: 12, 12:9, 23 enz.; geest en ziel wisselen in de Schrift telkens met elkander af; nu eens maken lichaam en ziel, dan lichaam en geest het wezen van den mensch uit; de psychische werkzaamheden en aandoeningen worden nu eens aan .den geest, dan weder aan de ziel toegeschreven, het sterven heet «ene overgave van de ziel, maar ook wel van den geest'). Maar al heeft de mensch ook een pneuma in psychologischen zin, hij is toch vóór de wedergeboorte een psychisch mensch, die geen ander leven bezit dan hetgeen hij door ontvangenis en geboorte uit zijne ouders ontving en dat door de zonde bezield en beheerscht wordt. Opdat hij dit leven verlieze en een ander geestelijk leven deelachtig worde, moet hij zichzelf verloochenen, het kruis opnemen en Jezus volgen, moet hij alles verlaten, om Jezus' discipel te zijn, moet hij in één woord wedergeboren worden uit water en Geest, Joh. 3:3, 5.

Deze Geest is de Geest van God, want evenals de mensch, heeft ook God een Geest, 1 Cor. 2 : 11. Door dien Geest schiep en onderhoudt Hij de wereld, Gen. 1: 2, Ps. 33 : 6, Ps. 104: 30, deelt Hij allerlei gaven en krachten uit, Ex. 31:3, Richt. 6:34, 14:6, zendt en zalft Hij de profeten, Jes. 48:16, 59 : 21, Ezech. 37 :1, en vernieuwt en heiligt Hij ook zijn volk, Ps. 51:12, 143:10, Jes. 11:2, 28: 6, 32 :15 v., Ezech. 86 : 27, 39:29, Zach. 12:10. Van dien Geest werd Christus ontvangen, met dien Geest werd Hij overvloedig gezalfd, door dien Geest bracht Hij al zijn werk tot stand, maar daardoor heeft Hij dien Geest zich ook zoo volkomen verworven, dat Hij zelf de Geest, de levendmakende Geest genoemd kan worden, 2 Cor. 3:17, 1 Cor. 15:45, dat de Geest van God nu voortaan is de Geest zijns Vaders, de Geest des Zoons, de Geest van Christus, de Geest des Heeren Jezus, Mt. 10:20, Kom. 8:2, 9, 2 Cor. 3:17,18, Gal. 3:2, 4:6, Phil. 1:19, 1 Petr. 1:11, Op. 3:3, en dat Hij ten volle door Christus aan zijne gemeente kan worden medegedeeld, Joh. 15 :26, 16: 7, Hd. 2:4, 33 enz. Deze Geest, dien de geloovigen allen ontvangen, hetzij bij den doop, Hd. 2 :38, hetzij bij de handoplegging vóór, Hd. 9:17, of na den doop, Hd. 8: 17, 19:6, was in den eersten tijd vooral ook de auteur van allerlei buitengewone gaven en krach-

') Verg. deel II 597.

Sluiten