Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten, glossolalie, profetie, verschijningen, openbaringen, wonderbare genezingen, die de omstanders dikwerf met vreeze en ontzetting vervulden, Hd. 2 : 7, 37, 48, 8 : 10, 4 :13, 5 : 5 enz.; maar Hij was van den aanvang af en werd langzamerhand, inzonderheid door Panlus, erkend te zijn de auteur van het gansche, nieuwe, Christelijke leven, van al de weldaden, die door Christus verworven waren en aan zijne gemeente werden medegedeeld. Jezus zelf zeide reeds, dat Hij de werkmeester der wedergeboorte, van de overtuiging van zonde, van de vertroosting zou zijn, Joh. 3: 3, 5, 15 : 26, 16 . < 11, terstond na de uitstorting op den Pinksterdag werd Hij de Gever van vrijmoedigheid in het spreken, Hd. 4:8, 31, van gelooiskracht, Hd. 6 : 5, 11: 24, van vertroosting en blijdschap, Hd. 9 : 31, 13 . 52. En later, toen de buitengewone gaven verminderden, werd zijne tegenwoordigheid en werking vooral daarin aanschouwd, dat Hij tot de belijdenis bracht van Jezus als den Heere, 1 Cor. 12 : 3, verzekerde van het kindschap Gods en alle geloovigen leidde, Rom. g . 14—13, Gal. 4: 6, de liefde Gods in hun hart uitstortte, Rom. 5 : 5, hen vernieuwde en heiligde, 1 Cor. 6 :11, Tit. 3 . 5, 1 Petr. 1. 2, hen geestelijke vruchten dragen deed, Gal. 5 :22, geloof en hoop, maar vooral ook liefde, 1 Cor. 13, hen verzegelde tot den dag der belofte, Rom. 8 : 23, 2 Cor. 1: 22, 5 : 5, Ef. 1: 13, 4 : 30, in hun lichaam woning nam, zoodat ook de leden van dat lichaam werden tot wapenen der gerechtigheid, Rom. 6:13, 1 Cor. 3:16, 6 : 19, en hunne lichamen dus ook deelen deed in het leven, dat nu reeds uit Christus hun geschonken werd en eens in de opstanding volmaakt aan het licht zou treden, Rom. 8:11, Col. 3 : 4, 1 Cor. 15 : 42v.

Doordat zij dien Geest ontvangen hebben, zijn de geloovigen dus gansch andere, nieuwe, geestelijke menschen geworden. Zij zijn en leven in den Geest, Rom. 8:9, Gal. 5:25, wandelen naar den Geest, Rom. 8: 4, bedenken wat des Geestes is, Rom. 8:5, bidden in den Geest, Rom. 8:29, verheugen zich in den Geest, Rom. 14: 17, leven onder de wet des Geestes, Rom. 8:2, worden geleid door den Geest, Rom. 8: 14, Gal. 5:18, en zijn door Hem van hun kindschap, van de liefde Gods, van hun vrede met God, van hunne toekomstige heerlijkheid zeker. De volle aanneming tot kinderen, en de volkomen openbaring van het nieuwe leven wacht hun eerst bij de verschijning van Christus, Rom. 8:23, Col. 3:4; maar zij zijn ook thans dat kindschap, Rom. 8:15, Gal 4:5, en dat nieuwe, geestelijke, eeuwige leven reeds deelachtig, hetwelk immers uit de opstanding van Christus hun toevloeit, Rom, 6 : 4 11, 8 . 10,

Sluiten