Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 Cor. 4: 10. Ja, door dien Geest zijn zij ten nauwste met Christus vereenigd; in den Geest te zijn, drukt hetzelfde uit, als in Christus te wezen, en de gedachte, dat de Geest in iemand woont, kan ook zoo luiden, dat Christus in hem is, want Christus woont alleen door zijn Geest in onze harten, Ef. 3 :16, 17, 6 :10, en wie den Geest van Christus niet heeft, komt Hem ook niet toe, Rom. 8:9. Het nieuwe leven is het leven des Geestes, maar evengoed het leven van Christus in ons, Rom. 6:8, 23, Gal. 2 :20, Col. 3 : 4, Phil. 1: 21; de geloovigen zijn met Christus gekruist, gestorven, begraven, opgewekt, aan Gods rechterhand gezet, verheerlijkt, Rom. 6 : 4v., Gal. 2 :20, 6 :14, Ef. 2:6, Col. 2:12, 20, 3:3 enz.; zij hebben Hem aangedaan, zijne gestalte in zich opgenomen, openbaren in hun lichaam zoowel het lijden als het leven van Christus, en worden in Hem volmaakt; in één woord, Christus is alles en in allen, Rom. 13 : 14, 2 Cor. 14: llr Gal. 4 :19, Col. 1: 24, 2 :10, 3:11; en zij zijn één Geest met Hem, 1 Cor. 6:7; in Christus woont door den Geest God zelf in hen,. 1 Cor. 3 :16, 17, 6 : 19.

Het leven, dat in de wedergeboorte ontstaat, kan, van 'smenschen zijde bezien, een leven des geloofs heeten, Gal. 2 : 20, maar het is objectief een leven des Geestes, een leven van Christus, een leven Gods in den geloovige, en dus bovennatuurlijk, wonderbaar in zijn oorsprong en wezen. Evenals de wind blaast waarhenen hij wil, zonder zich door eenig mensch zijne baan te laten voorschrijven, en evenals zijn geluid wel gehoord wordt, maar zonder dat men bepalen kan, waar hij zijn loop begon, en waar hij hem eindigen zal, zoo is het gesteld mot een iegelijk, die uit den Geest geboren is, Joh. 3 : 8; het werken des Geestes in de wedergeboorte is vrij, boven alle bepaling van menschen verheven, en onnaspeurlijk, ondoorgrondelijk voor het menschelijk kennen. God zelf is in Christus door den Geest de oorsprong van het nieuwe leven, Joh. 1:13, 5:21,25, Ef. 1:17—19. Gelijk bij de schepping het licht alleen door zijn machtwoord ontstond, zoo schijnt Hij in de harten, om in het aangezicht van Christus zijne heerlijkheid te doen kennen, 2 Cor. 4: 6. En even wonderbaar is het geestelijk leven in zijn wezen en werking; want zoolang Christus, die er de oorsprong en inhoud van is, in den hemel bij God is, zoolang blijft ook het leven der geloovigen met Christus in God verborgen, Col. 3:3, verborgen voor de wereld en ook ten deele nog verborgen voor de geloovigen zeiven; hun leven is en kan op aarde niet anders wezen dan een leven des geloofs. Zoo is de Christen in zijn geestelijk bestaan een werk, een schepsel, een maaksel Gods, Rom.

Sluiten