Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

langzame en lange evolutie, maar het ontstaat alleen door eene •scheppende daad Gods, door eene bijzondere bovennatuurlijke werking van Gods Geest.

Alzoo sprekende van het nieuwe leven, blijft de Schrift, zichzelve gelijk en aan haar onderwijs over den oorspronkelijk geschapen en over den gevallen mensch getrouw. De mensch was bij zijn oorsprong beold Gods, levende in en zalig door de gemeenschap met God; maar hij verloor dat leven door de zonde en werd dus naar lichaam en ziel onderworpen aan de verderfenis. De zonde begon met een daad, maar ze drong in de natuur des menschen in en verdierf hem geheel en al; ze is wel geen substantie, doch ook niet bloot een actus. Zij is eene innerlijke, zedelijke verdorvenheid van den ganschen mensch, van zijne gedachten en woorden en daden niet slechts, maar ook van zijn verstand en wil, en wederom van deze niet alleen, doch ook van zijn hart, waaruit alle ongerechtigheden voortkomen, van het innerlijkste, de kern, den wortel van zijn wezen, van het ik des menschen zelf. En daarom bestaat de wedergeboorte naar de Schrift, en kan ze ook in niets minders bestaan dan in eene algeheele vernieuwing en herschepping van den mensch. Als de mensch radicaal boos is, is tot zijne verlossing eene wedergeboorte van zijn gansche wezen onmisbaar. De boom moet eerst goed gemaakt worden, indien hij ooit goede vruchten zal kunnen dragen, want operari sequitur esse.

Andererzijds bestaat de wedergeboorte toch naar de leer der Schrift ook niet in eene geheel nieuwe, tweede schepping. Zij brengt in geen enkel opzicht eenige nieuwe substantie in de bestaande schepping in. Dat doet de herschepping niet, indien wij ze nemen in objectieven zin en daarbij denken aan den persoon van Christus Gn het werk der zaligheid, door Hem tot stand gebracht; want Christus, schoon ontvangen van den Heiligen Geest, nam zijne gansche, volle menschelijke natuur toch aan uit het vleesch en bloed van Maria en bracht ze niet uit den hemel mede. Maar zij doet het ook niet in subjectieven zin bij de wedergeboorte, want het zijn en blijven dezelfde menschen, die eertijds duisternis, Et. b: 5, dood in zonden en misdaden, Ef. 2:2, roovers, gierigaards enz. 1 Cor. 6:11 waren, en die nu afgewasschen, geheiligd en gerechtvaardigd zijn. De contiuuiteit van hun ik, van hunne gansche menschelijke natuur met al hare vermogens en krachten blijft gehandhaafd. En zoo is eindelijk ook de herschepping, die er in de wedergeboorte van hemel en aarde, Mt. 19:28, zal plaats hebben,

Sluiten