Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geeft ons terug, wat wij naar ons wezen, naar de idee, moesten hebben en door de zonde verloren. Zij herschept ons in beginsel naar het evenbeeld en de gelijkenis Gods.

Maar als de wedergeboorte aan den eenen kant niet bloot eene reformatio vitae en aan de andere zijde geene instorting van eenige nieuwe substantie is, wat is zij dan positief? Ook hier is het, evenals bij elk ander dogma, lichter, de dwaling af te wijzen, dan thetisch de waarheid te ontvouwen, want bij alwat God openbaart^ stuiten wij ten slotte op een ondoordringbaar mysterie, op dat punt, waar het eeuwige het tijdelijke, het oneindige het eindige, de Schepper het schepsel raakt. Zoo is het in de natuur, en zoo is het nog veelmeer in de genade. Geene persoonlijke ervaring, geene mystische contemplatie, geene studie van het leven der vroomheid, geene psychologie der religie schuift het gordijn der verschijnselen weg, om den mensch van aangezicht tot aangezicht tegenover den Eeuwige te plaatsen. Wat achter de verschijnselen ligt, blijft hier op aarde voor anderen en voor ons zeiven een voorwerp des geloofs; het geestelijk leven is met Christus verborgen in God. Maar als wij ons door de getuigenissen der Schrift laten leiden, dan kunnen wij toch met eerbiedigen schroom er wel zooveel van zeggen, dat de gansche mensch het subject der wedergeboorte is. Niet alleen zijne daden, zijn handel en wandel, zijn levensrichting en levensdoel, zijne voorstellingen en werkzaamheden worden veranderd, maar de mensch zelf wordt omgezet en vernieuwd in de kern van zijn wezen. I)e Schrift gebruikt daarvoor den naam van het hart, vanwaar al de uitgangen des levens zijn, zoowel in het bewustzijn als in het gemoed en den wil. Als daaruit naar Jezus' woord alle ongerechtigheid en onverstand voorkomt, dan moet daarin ook centraal de verandering plaats grijpen, welke den naam van wedergeboorte draagt. En daarin hebben dan al de bestanddeelen, vermogens en krachten van den mensch deel, ieder naar zijn aard en mate; niet alleen de lagere of alleen de hoogere vermogens, niet slechts het verstand en de wil, niet alleen de ziel of de geest, maar de gansche mensch met ziel en geest, verstand, wil en gemoed, bewustzijn en gevoel deelt in de weldaad der wedergeboorte. Zelfs het lichaam is er niet van uitgesloten. De theosophie is wel aan het dwalen geraakt, als zij aan instorting van hemelschphysische krachten en aan inplanting van de kiem van het toekomstige, pneumatische opstandingslichaam dacht, maar dit mag ons met weerhouden, om de wedergeboorte ook tot het lichaam uit te breiden. Pau-

Sluiten