Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lus zegt uitdrukkelijk, dat de Heilige Geest ook in het lichaam als zijn tempel woont, 1 Cor. 6:19, dat de opstanding van het lichaam volgen moet krachtens den Geest, die daarin woont, Rom. 8:11, dat de geestelijke mensch de leden van zijn lichaam stelt tot wapenen der gerechtigheid, Rom. 8:13, dat het leven van Jezus ook in het sterfelijk vleesch openbaar wordt, 2 Cor. 4:11, dat de verheerlijking ten nauwste met de roeping en rechtvaardiging verbonden is, Rom. 8: 29, 30, 2 Cor. 3: 18. Maar eve√ľals het lichaam niet zetel, maar instrument der zonde is, zoo deelt het in de wedergeboorte niet rechtstreeks en onmiddellijk, maar afgeleid en als orgaan der ziel. Corpus mediante anima rationali (neque enim in inanime regeneratio cadit) regeneratur 1).

Als nu de wedergeboorte noch eene eigenlijke schepping (instorting van substantie), noch eene bloot uitwendige, zedelijke verbetering des levens is, kan zij slechts in eene geestelijke vernieuwing van die innerlijke gezindheden van den mensch bestaan, welke van ouds met den naam van habitus of qualitates werden aangeduid 2). Deze nieuwe habitus zijn dan eenerzijds onderscheiden van den H. Geest die ze wel werkt maar ze niet zelve is, en staan andererzijds als het ware in tusschen het wezen of de substantie van 's menschen ziel en lichaam en de werkzaamheden, welke bij het opwassen van het leven, onder voorlichting der Schrift en onder leiding des Geestes, in verstand, gemoed en wil uit die habitus voortkomen. Nieuwe hoedanigheden zijn het dus wel, welke de wedergeboorte in den mensch inplant, maar het zijn toch geene andere, dan die tot zijn wezen behooren, evenals de gezondheid de normale toestand van het lichaam is; het zijn hebbelijkheden, gezindheden, neigingen, die oorspronkelijk in het beeld Gods begrepen waren en met Gods wet overeenstemden, en welker herstel de gevallen, zondige menschelijke natuur van haar duisternis en slavernij, van haar ellende en dood bevrijdt. Er kan niet schooner van gesproken worden, dan in de belijdenis van Dordrecht geschiedt: als God zijn welbehagen in de uitverkorenen uitvoert, dringt Hij in tot de binnenste deelen des menschen met de krachtige werking des wederbarenden Geestes; Hij opent het hart, dat gesloten is; Hij vermurwt

') Maccovius, C'oll. Theol. bl. 410.

') Jonathan Edicards, Treatise concerning religious affeetions III 1, sprak van prineiples of nature, maar hij voegde er bij: for want of a word of more determinate signification. Verg. Laidlau:, The Bible doctrine of man. Edinburgh 1895 bl. 258 v.

Geref. Dogmatiek IV. 6

Sluiten