Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

natuurlijke overeenstemming, wijl de Geest getuigt, dat de Geest de waarheid is. Gelijk de plant met den bodem, waarin zij wortelt •en waaruit zij haar sappen trekt, zoo staat het geestelijk leven naar zijn aard in verband met de Schrift; de vocatio externa en de vocatio interna hooren bijeen en hebben hetzelfde woord tot inhoud. Gelijk de vocatio externa echter bij de schepping van het geestelijk leven niet voldoende was, zoo is zij het ook niet bij zijn wasdom en groei. De vocatio interna geschiedt dus niet eenmaal en houdt niet op, wanneer zij het nieuwe leven heeft te voorschijn geroepen, maar zij zet zich altijd voort. Gelijk God eerst alles schiep door het Woord en daarna door datzelfde Woord alle dingen onderhoudt, zoo is de vo.catio interna ook werkzaam bij de onderhouding en ontwikkeling van het geestelijk leven. De geloovigen zijn xkrjToi, Rom. 1: 6, die de hemelsche roeping deelachtig zijn, Hebr. 3 :1, die bij den voortduur door God geroepen worden tot zijn koninkrijk, totdat zij het feitelijk zullen beërfd hebben, 1 Thess. 2 : 12, 5 :24.

De daad nu, waardoor de H. Geest het woord van Christus in z\jn geestelijken zin en inhoud verstaan doet en het bewustzijn voor de waarheid ontsluit, draagt in de Schrift nog den bijzonderen naam van verlichting. Wijl de zonde het verstand verduisterd heeft, Rom. 1: 21, 1. Cor. 1: 21, 2 : 14, Ef. 4:18, 5:8, is er ook noodig eene dnoxaXvxpig tov roog, Rom. 12 : 2, Ef. 4: 23. Deze komt tot stand door God, die door urroxctXvipiQ, in den mensch, èv e/.ioi, Gal. 1:16, de verhindering wegneemt, welke de rechte kennis der zaken tot dusverre belette, Mt. 11: 25, 16 :17, Gal. 1:16. Hij doet dit door den H. Geest te geven, die een rrvsv/xa croyiag xai anoxuXvipewg is, Ef. 1:17, in de waarheid leidt, Joh. 16:23, alles leert, Joh. 14:26, 1 Joh. 2:20, en de dingen Gods doet verstaan, 1 Cor. -: 10—16. Gelijk Hij bij de schepping door zijn machtwoord het licht uit de duisternis liet schijnen, zoo laat Hij het ook door den Zoon, Mt. 11: 27, en door den Geest licht worden in de harten der menschen, 2 Cor. 4:6, en maakt de oogen des harten verlicht, Ef. 1:18. Daardoor weten zij de dingen, die hun door God in het Evangelie werden geschonken, 1 Cor. 2 :12, hebben zij eene yvuaig en siriyvwaig, d. i. eene hen persoonlijk aangaande en op hen inwerkende kennis, van den Vader, Mt. 11: 27, 2 Cor. 4: 6, Ef. 1: 17, van Christus, Mt. 16 :17, van de dingen des Geestes Gods, 1 Cor. 2 : 14 enz., en zijn zij kinderen des lichts, Luk. 16 :8, Ef. 5 :8, 1 Thess. 5: 5, burgers van het rijk des lichts, 1 Petr. 2: 9, Col. '2 :12 en wandelen in het licht, Ef. 5 :8, 1 Joh. 1:7, 2:9, 20.

Sluiten