Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beginsel de gansche mensch door werd vernieuwd. Op zichzelf is het echter volkomen juist, dat in de regeDeratio, gelijk alle vermogens en krachten, zoo ook het geloofsvermogen wordt hersteld. Gelooven in God, in Christus enz., is voor den wedergeboren mensch als zoodanig even natuurlijk, als het voor ieder mensch natuurlijk is, om aan de zienlijke wereld te gelooven. Wel gaat, gelijk iedere potentia eerst door zekere inwerking van buiten tot actus overgaat en een tarwegraan alleen in den schoot der aarde ontkiemt, zoo ook het geloofsvermogen, dat door de wedergeboorte is ingeplant, alleen door de voortgaande vocatio interna tot de daad des geloofs over. Maar in de wedergeboorte herstelt God toch het levensrapport dat er oorspronkelijk tusschen Hem en don mensch bestond; naar Gods beeld herschapen, is de mensch weder verwant aan God zelf en aan al wat Godes is, aan zijnen Christus, aan de dingen des Geestes, aan zijn woord, aan zijne kerk, aan zijn hemel, aan de dingen, die boven zijn. Der wereld gekruisigd en der zonde gestorven, leeft hij Gode. En daarom, verlicht wordende door den H. Geest, kent hij God ook en is in die kennis zalig, Joh. 17 :3.

Maar dit mag niet zoo worden verstaan, alsof de wedergeborene deze kennisse Gods in Christus putte uit zijn eigen hart, uit de inwendige onderwijzing des H. Geestes. De mystiek heeft ten allen tijde Woord en Geest tegenover elkander gesteld, de letter veracht, het inwendige woord ten koste van het uitwendige verheven en daarvoor zelfs zich beroepen op de H. Schrift, Jes. 54: 13, Jer. 31 : 34, Mt. 11: 25, 27, 16 : 17, Joh. 6 : 45, 1 Cor. 2 :10, 2 Cor. 3:6, Hebr. 8:10, 1 Joh. 2:20, 27. Daartegen valt op te merken: 1° dat zeer zeker alle kennis op natuurlijk en geestelijk gebied eene relatie, eene verwantschap tusschen object en subject onderstelt. Om te zien is een oog noodig, en object en subject moeten beschenen worden door eenzelfde licht. Om te kennen is verstand noodig, en het is dezelfde Logos, die het gekende object en het kennend subject voor elkander schiep. Zoo ook moet op geestelijk terrein bij het Woord de Geest, bij de vocatio externa de vocatio interna, bij de revelatie de illuminatie bijkomen, om ons God te doen kennen in het aangezicht van Christus. 2° De Schrift spreekt * dit in bovengenoemde en andere plaatsen beslist en duidelijk uit.

In Gods licht alleen zien wij het licht. Maar zij zegt nergens, dat de wedergeborene de stof dezer kennis uit zichzelven putten kan of moet. In. 1 Joh. 2 :20—27 verbindt de apostel de zalving des Geestes, die de geloovigen van den Heilige, d. ï. van Christus ont-

Sluiten