Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

's menschen zijde vrijwillige toestemming vordert, Gen. 3 : 15, 6 : 22t 7:5, 8 : 22, 12 : 4, 15 : 6, 17 : 21v. 22 : 2, Ex. 20 : 2, Dt. 7 : 8,

14 : 1 enz. Daden en werkzaamheden des geloofs worden ons daarom schier op iedere bladzijde der O. T. Schrift verhaald, Hebr. 11. Maar de religieuze verhouding van den mensch tot God wordt gewoonlijk door andere woorden uitgedrukt, zooals: God vreezenr dienen, liefhebben, aankleven, vertrouwen, zich op Hem verlaten, steunen, hopen, wachten enz. XJ. Aan ons woord gelooven is in het O. T. het meast verwant het werkwoord yiaisï"!, hi. van y:N\ In kal beteekent dit verbum: verzorgen, opvoeden, Esth. 2 : 7, 20, part. act: voeder, verzorger, opvoeder, voedsterheer, ÏTum. 11 : 12, Ruth 4 : 6, 2 Sam. 4 : 4, 2 Kon. 10:1, 5, Jes. 49 : 23, part. pass: opgevoeden, Klaagl. 4:5. In niphal heeft het werkwoord de beteekenis van gedragen worden, Jes. 60 : 4, 66 :12, en verder van bestendig of duurzaam zijn, 2 Sam. 7 : 16, bevestigd worden, Gen. 42 : 20, Jes. 7 : 9, betrouwbaar zijn (van God, zijn woord, zijne wet, menschen), Ps. 19 : 8r 93 : 5 enz. In hiphil beteekent het vastmaken, zich vastmaken aan iets, steunen, vertrouwen, en komt dan soms absolute voor, Jes. 7 : 9, 28 : 16, maar meest met de praepositie s of b van den persoon of de zaak, waarop men vertrouwt, Gen. 16:5, 45:26, enz., of met een volgenden infinitivus, Ps. 27 :13, Job 15 : 22, of met een objectszin, Ex'. 4:5, Job 9:16. Voor de religieuze beteekenis van het woord zijn, Gen. 15:6, Jes. 7 :9 en Hab. 2:4 het belangrijkst; in Gen.

15 : 6 heet het van Abraham, dat hij in den Heere geloofde, en dat dit geloof hem gerekend werd tot gerechtigheid; er wordt hier niet enkel mede bedoeld, dat Abraham van de belofte aangaande zijn zaad kennis nam, zonder er aan te twijfelen, maar er ligt zeer duidelijk in, dat hij dit deed, omdat hij onvoorwaardelijk, op hope tegen hope, op God vertrouwde. Evenzoo is het in de beide andere plaatsen; in Jes. 7 :9 staat, dat Achaz, die hulp zoekt bij Assur en daarop steunt, niet bevestigd zal worden, als hij daarvan niet afziet en alleen op God zich verlaat; en in Hab. 2:4 wordt tegenover de Chaldeën, die hunne kracht tot hun god maken en wier ziel opgeblazen is van hoovaardij, gezegd, dat de rechtvaardige zal leven door zijn vertrouwen op God en zijne belofte. Geloof en vertrouwen gaan saam ; Ps. 78 : 22 zegt, dat God toornde tegen zijn volk, omdat zij niet in Hem geloofden en niet vertrouwden op zijne hulp. God is de getrouwe, Deut. 7 : 9, Ps. 33 : 4, 89 : 38, Jes.

') Verg. deel III 557 v.

Sluiten