Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

belofte in de vervulling overging, zoo nam ook de religio subjectiva eene andere gedaante aan; het geloofsoog der vromen was toen hopend en wachtend op den komenden Messias gericht, thans sluit het leven der gemeente zich aan bij den in Jezus verschenenen Christus; toen stond de hoop, thans staat het geloof in het middelpunt. Dat dit inderdaad het geval is, blijkt reeds daaruit, dat het zelfst. naamwoord matig, en het werkwoord nlareveiv elk ongeveer 240 malen in het N. Test. voorkomen, dat het werkwoord alleen in Col., Philem, 2 Petr., 2 en 3 Joh. en de Apocalypse, dat het zelfst. naamwoord alleen in het Ev. van Joh. en 2 en 3 Joh., en dat beide alleen in 2 en 3 Joh. gemist worden. Voorts hebben beide woorden bijna altijd religieuze beteekenis; slechts enkele malen worden ze in meer algemeenen zin gebezigd, bijv. Mt. 24:23, Joh. 9 : 18, Hd. 9 : 26, 1 Cor. 11 : 18 enz. En wat nog meer zegt, beid& woorden hebben al spoedig eene technische beteekenis gekregen: gelooven is hetzelfde als Christen worden, Hd. 2 : 44, 4:4, 13 : 48r enz.; geloovigen is een andere naam voor Christenen, Hd. 10:45, 1 Tim. 4:3, 12; en geloof is dikwerf zooveel als de Christelijke religie, die thans in de gemeente tot eene objectieve macht is geworden, Hd. 6 : 7, Gal. 3 : 23, 25, 6 : 10 enz. 1).

Deze rijke beteekenis kreeg het Grieksche woord mazig natuurlijk eerst langzamerhand. Bij de Synoptici heeft het rechtstreeks God tot object, Mk. 11: 22, en Jezus inzoover, als men betrouwen in Hem stelde en overtuigd was, dat God in en door Hem sprak en wonderen deed, Mt, 8:10, 9:2, 28, 15:28, 17:20, 21:21, 22 enz. Maar daardoor bond Jezus toch de menschen aan zijn persoon, en leidde hen tot een dieper inzicht van hunne eigene geestelijke nooden en van hunne behoefte aan Hem in nog een anderen zin dan alleen als geneesmeester des lichaams. Zijne wondermacht was openbaring en bewijs van zijne volkomene, verlossende macht, zoodat Hij niet alleen de ziekten genezen, maar ook de zonden vergeven kon, Mt. 9:2; aan het geloof is de behoudenis verbonden, Luk. 7 : 50, Mk. 5: 34. Ook waar niet opzettelijk van het geloof sprake is, wordt het toch stilzwijgend ondersteld; alles om zijnentwil en des Evangelies wil te verlaten, en dan het kruis op zich te nemen en Hem na te volgen, Mt. 10:22v., 16 :24v., dat is slechts mogelijk in het

') War field, t. a. p. bl. 828—831. Ook in Tim. 1:19, 3:9,4:1 enz. duidt mGctvfi v naar zijne meeniDg niet de doctrina tidei aan, maar subjective faith conceived of objectively as a power, bl. 831.

Sluiten