Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot stand gebracht heeft; en ten derde bestond het geloof niet in eene mystieke unie met den verheerlijkten Christus, maar in een vertrouwen des harten op de openbaring Gods in den historischen Jezus, en meer bepaald op deze openbaring, dat God uit genade de zonde vergeven heeft en in de menschheid een geestelijk koninkrijk oprichten wil1). In onderscheiding van deze theologie van Schleiermacher en Ritschl is het kenmerkende der positieve theologie 2) hierin gelegen, dat zij den ganschen Christus, zooals Hij in de Schrift ons geteekend wordt, bepaaldelijk dus ook met zijn verzoenend lijden en sterven, het voorwerp des geloofs laat zijn; dat zij dit geloof niet uitsluitend, maar toch ook als assensus opvat3), en bindt aan het woord Gods in de H. Schrift; en dat zij aan de bekeering, in den zin van leedwezen over de zonde, en in verband daarmede aan de prediking der wet, eene breedere plaats in de wording van het Christelijk leven toekent, dan gewoonlijk bij de andere richtingen geschiedt 4).

') Ritschl, Rechtf, u. Vers. III 94 v. 536 v. 549 v. Kaftan, Dogm. § 3, 69. Herrmann, Der Verkehr 1908 bl. 170 v. Gottschick, Die Kirchlichkeit der s. g. kirchl. Theol. 1890 bl. 11—53. Verg. ook reeds deel III 633 v.

2) Zie bijv. Dorner, Glaub. I bl. 3 v. 558 v. Philippi, Kirchl. Dogm. V 1 bl. 41 v. Luthardt, Komp. der Dogm. § 63. Frank, Syst. d. Chr. Wahrh. II2 333 v. Von Oettingen, Luth. Dogm. I 316 v. III 542 v. Runze, Dogm. bl. 263 v. Kübel, Ueber den Unterschied zwischen der posit. u. der liber. Richtung in der mod. Theol.2 München 1893 bl. 26 v.

3) Het sterkst geschiedt dit door Ed. König, Glaubensgewissheit und Schriftzeugniss, Neue kirchl. Zeits. 1890 bl. 439— 463, 515—530. Der Glaubensact des Christen nach Begriff und Fundament untersucht. Erlangen Deichert 1891. Der biblisch-ieformatorische Glaubensbegriff und seine neueste Bekampfung, Neue kirchl. Zeits. 1908 bl. 628—660. (tegen Herrmanns bestrijding: Lage und Aufgabe der evang. Dogm. in: Zeits. f. Th. u. k. 1907). Volgens König bestaat er over de lides generalis tusschen Rome en de Hervorming geen verschil, want geloof is altijd en overal het aannemen van eene waarheid op grond van een getuigenis, dus notitia en assensus. Wijl echter deze fides generalis in religieuzen zin op een bepaalden inhoud, dat is op heilsbeloften Gods in Christus, betrekking heeft, wordt zij tot fides specialis en heeft zij »die starkste Resonanz in der Gefiihlswelt und die machtigste Beeinflussung des Wollens" ten gevolge. Ofschoon König tegen de opvatting van het geloof als een Erlebnis zeer gewichtige opmerkingen maakt, laat hij de fides generalis en de fides specialis unvermittelt naast elkander staan, en hangt hij het zaligmakend geloof aan de twijfelachtige resultaten van een historisch onderzoek op.

*) Alle bovengenoemde voorstanders eener positieve theologie houden de zoogenaamde boete voor een wezenlijk element in de bekeering, hetzij zij er eene plaats aan geven vóór of in het geloof maar ze bepalen niets over mate,

Sluiten