Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m

n on nnrlf>ra nunten van verschil, hebben

Maar in weerwil van r .

de nieuwe opvattingen van het geloof toch ook belangde kenmerken gemeen. Ten eerste is er een streven aan eigen, om e oude tegenstelling tusschen het Pelagianisme en het Augustinisme te boven te komen, en het geloof te laten ontstaan langs dien psychologischen, paedagogischen en historischen weg welken God met schier iederen mensch houdt, en waarbij Godde ij e en men schelijke werkzaamheid voortdurend met elkander in wisselwerking staanl), of slechts een en dezefde werkzaamheid zijn, van God «n van 's menschen zijde bezien 3). Ten tweede zijn allen het hierover eens, dat het wezen van het zaligmakend geloof in vertrouwen bestaat, dat is in eene persoonlijke verhouding tot Go , ge ij ij als een God van genade en heil zich in Christus heeft geopenbaard. Sommigen zijn daarbij uit reactie tegen de orthodoxie zoo ver gegaan, dat zij de notitia en assensus geheel en al uit het ge o hebben verwijderd en dit uitsluitend in het vertrouwen des harten hebben gesteld. Daar liep de scheiding op uit, welke m den aanvang door Ritschl en zijne school tusschen Sems- en Werturtei , en in de Parijsche school van het Symbolo-fideisme tusschen foi en croyances werd gemaakt »). Maar deze scheiding bleek spoedig onhoudbaar-, als het geloof, hoe innerlijk ook opgevat een Christelijk geloof zal blijven, en dus aan de openbaring Gods mden persoon van Christus gebonden, dan onderstelt het of sluit het altijd eene zekere notitia en assensus in *). Toen Menegoz over zijne formule: salut par la foi, indépendamment des croyances van alle zijden aangevallen werd, verklaarde hij zich nader door te zeggen,

tijdsmomentTen duur van zulk eene boete. Daarentegen komen

bepalingen dikwerf in methodistische kringen voor, ook in de dusgenaaml

moderne Gemeinschaftsbewegung. Verg. M. Schian, Die moderne Gememschafts-

bewegung. Stuttgart 1909 bl. 9v. , , i;ni Herr-

•) v.,g. Bit„U, Rechtf. . V.™. np 530. 555, A./to, ®

mann, Der Verkehr bl. 82v. 171v. 183. Zie ook reeds deel II 383.

Verg. Von Hartmann, deel III 621v. p»,;hiq07

3) Verg deel 1195.590.600.612, en voorts nog H. Haldimann, Le ■ ï ism . •

. Zoo zegt bijv. Herrmann, Der Verkehr bl. 180: Der chnsthche Glaube be-

— Ub.ra.up. aich, au, al.. T.ta. ?ad.„

<11. I..! „ud sicher ia d.o M>.n d.. M.»ch.n .

i8t Demgemaas ist die notitia allerdings eine Vorbed.ngurig des Gknb ns. V gverder ib bl 45 v. en. Der geschichtl. Christus der Grund unseres Glaubens, Zeits. f. Th. u. K. 1892 bl. 232 v. M. Reischle, Der Streit über d.e Begrundung des Glaubens auf den geschichtl. Jesus Christus, ib. 189 < . < schick, Die Kirchlichkeit bl. 6, 8. Kaftan, Dogm. bl. 25 v.

Sluiten