Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de vermaning der ouders, door het onderwijs van den meester, door de openbare prediking tot de menschen brengen laat. Zoodra nit bet nieuwe leven het geloof ontwaakt, sluit het zich bij dat woord aan, en zoodra dat woord gehoord wordt, vindt het in dat nieuwe leven weerklank. Gelijk de mensch, tot bewustzijn komende, vanzelf en zonder dwang de wereld buiten zich erkent, zoo neemt do ziel, die uit Gods gemeenschap leeft, het woord van Christus in kinderlijk geloof, dankbaar en met vreugde aan. Geloof en woord Gods hooren bijeen; het geloof is uit het gehoor en het gehoor door het woord Gods, Rom. 10:17.

456. Indien er geen geloof in actu is dan door het woord Gods, dan moet er tusschen notitia (assensus) en fides ook eenig verband bestaan. Trouwens volgt dit ook reeds daaruit, dat het religieus (zaligmakend) geloof met het historisch, tijd- en wondergeloof, en met het geloof, waarvan wij ieder oogenblik in het dagelijksch leven spreken, niet denzelfden naam zou kunnen dragen, wanneer zij niet een of meer kenmerken met elkander gemeen hadden. En de Schrift zou 's menschen verhouding tot God niet met het Hebr. woord yastïT en het Grieksche woord Ttidteveiv — woorden, die zij ook buiten het religieuze terrein kent en gebruikt — hebben kunnen aanduiden, indien in de godsdienstige en in de gewone beteekenis van die woorden alle overeenstemming ten eenenmale ontbrak. Er is dan ook eigenlijk niemand, die bij eenig nadenken den band tusschen notitia en fides volkomen verbreken kan of feitelijk verbreekt. Uit reactie tegen het intellectualisme kan men wel eenigen tijd allen nadruk laten vallen op het element des gevoels of des vertrouwens,, dat in het zaligmakend geloof aanwezig is, maar alle overdrijving schaadt en drijft weer over. De geschiedenis van de Werturteile in de school van Ritschl en van le salut par la foi, indépendamment des croyances in de Parijsche school, stelt dit helder in het licht. Geen enkele richting, die de religie hooger schat dan een zuivei psychologisch verschijnsel en hare waarheid en waarde vasthoudt, kan den godsdienst totaal van het verleden en van de omgeving losmaken, en uit het geloof alle notitia en assensus verwijderen. De moderne en de orthodoxe hebben hier elkander niets te verwijten en handelen formeel precies gelijk; ook eerstgenoemde moet gelooven aan een getuigenis, dat in de natuur, geschiedenis, geweten, gemoed enz. van Godswege tot hem komt, en dat hij dus kennen en aannemen moet.

Sluiten