Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar van het hoogste belang is het, om de verhouding tusschen het geloof als notitia (en assensus) en het geloof als fiducia goed in te zien. De ervaring doet ons verschillende feiten kennen: daar zijn er velen, die van hun prilste jeugd af voor de godsdienstige waarheid diep ontvankelijk zijn, en ze nooit met een bloot historisch, doch van den aanvang af reeds met een zaligmakend geloof ontvangen en aannemen; daar zijn anderen, die van der jeugd aan in een bepaald milieu van godsdienstige voorstellingen zijn opgevoed, deze met een historisch geloof overnemen, en öf nooit óf soms veel later tot een persoonlijk, zelfstandig religieus leven komen; en daar zijn er ook, die vroeger nooit van bepaalde godsdienstige voorstellingen hebben gehoord of ze nimmer met een historisch geloof hebben aangenomen, maar die op een gegeven oogenblik door eene of andere prediking (bijv. over zonde en oordeel, over Gods liefde en genade enz.) bijzonder getroffen worden en van daaruit ook tot het aannemen van andere, daarmede in verband staande, waarheden worden geleid. Minder algemeen uitgedrukt, daar zijn er, die door de Schrift tot Christus, en daar zijn er ook, die door Christus tot de Schrift worden gebracht x). Aan deze ervaringen in de practijk van het leven is geen vaste regel te ontleenen. Maar anders komt de zaak te staan, als wij naar het logisch verband van notitia en fides onderzoek doen. Dan toch blijkt, dat het historisch geloof (notitia, en ook assensus dikwerf, maar beide hier genomen in zuiver historischen zin) menigmaal wel aan het zaligmakend geloof voorafgaat, maar dit toch nimmer uit zich zelf voortbrengt of voortbrengen kan. Tusschen beide is geen verschil in mate of graad, maar in beginsel en wezen. Als iemand, die in het historisch geloof werd opgevoed, later het zaligmakend geloof deelachtig wordt, dan kan de kennis der waarheid, welke hij door het historisch geloof verkreeg, hem wel van veel nut zijn, want waarheid blijft waarheid, hetzij ze bloot met het verstand of ook met het hart wordt aangenomen, maar de notitia en assensus veranderen toch geheel van natuur en karakter; ze blijven geen bloot historisch weten en toestemmen, gelijk andere geschiedkundige feiten voor waar worden aangenomen, maar zij worden een persoonlijk, met de zaligheid der ziel in verband staand kennen, eene certa firmaque cognitio 2). De inhoud der notitia blijft dezelfde, maar wordt op eene andere wijze

Verg. deel I 610.

*) Verg. Calvijn boven bi. 99v.

Sluiten