Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebrek aan zelfkennis in den weg staat. De meeste menschen kennen zichzelven niet, vergeten eigen en zien alleen anderer gebreken ; en als zij ze niet ontkennen kunnen, werpen zij de schuld op anderen, op de omstandigheden, op de goden, op het noodlot. Zelfkennis is daarom, met berouw en schuldbekentenis, de eerste stap op den weg der zedelijke verbetering; poenitentia salutaris dea; quem poenitet peccasse, paene est innocens; saepe desperatio spei causa est. Wel is het moeilijk, mutare animum. Maar ieder heeft daartoe toch de macht en de keuze; de deugd is des menschen eigen werk; op den tweesprong des levens geplaatst, kan hij de eene en de andere richting inslaan; en voor het bewandelen van het pad der deugd is het nimmer te laat; sera numquam est (poenitentia)1).

De geschiedenis laat ons dan ook in de niet-Christelijke wereld vele zulke bekeeringen zien. Uit de Grieksche oudheid bijv. is inzonderheid het verhaal aangaande Polemo, den zoon van een lijk Athener, bekend, die in zijne jeugd een woest leven leidde, maar door de ernstige persoonlijkheid en de indrukwekkende redevoeringen van Xenocrates tot een streng zedelijk leven werd bekeerd 2). Van Buddha meldt de overlevering, dat hij, geboren uit een aanzienlijk geslacht, eerst onbezorgd en vroolijk leefde en van de ellende in de wereld geen besef had ; maar toen hij op zekeren dag een grijsaard, een kranke, een lijk en een monnik te aanschouwen kreeg, werd hij door dit gezicht zoo aangegrepen, dat hij zijn paleis verliet en zes jaren in zelfkastijding doorbracht; aan het einde daarvan ging het licht der kennis voor hem op en begon hij het Indische evan gelie der verlossing te prediken3). Evenzoo gaf de stichter der Jainasecte, Vardhamana, zich in zijne jeugd aan een wereldsch leven over, maar toen hij dertig jaren oud was, kreeg hij van den ernst des levens zulk een diepen indruk, dat hij gezin en familie verliet en als een asceet door het land trok; na twaalf jaren in zware zelfkastijding en diepe meditatie te hebben doorgebracht, ontving hg het licht der kennis, verkreeg den rang van een heilige, en won door zijne prediking vele aanhangers 4). Aan Mohammed viel eerst

') Verg. vele dergelijke uitspraken bij R. Schneider, Christl. Klange 1877 hL 272 v.

2) Zeiler, Philos. der Griechen II' 99'.

a) Ch. de la Saussaye, Lehrbuch der Religionsgeschichte I3 82 v.

4) Ch. de la Saussaye, ib. I 69.

Sluiten