Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebruikt van het goede berouw, dat tot geloof (aan Johannes den Dooper) leidt; en in Hebr. 12 :17 wordt /.isxavoia volgens sommiger exegese gebruikt van het berouw, dat Ezau na verlies van het eerstgeboorterecht toonde, maar dat niet in waarachtige bekeering bestond 1). Daarentegen is er tusschen i.itiavoia en smcyroocf). wel dit onderscheid, dat het eerste woord meer let op de inwendige zinsverandering, welke een mensch beweegt, om zich van het zondig verleden af te wenden, terwijl het tweede woord meer aanwijst de nieuwe verhouding, waarin hij tengevolge van die zinsverandering ook uitwendig intreedt.

Maar deze Bijbelsche termen voor wat wij bekeering noemen, zijn niet logisch of dogmatisch bepaald, doch worden nu eens ruimer dan enger genomen; men denke er slechts aan, dat de Hebr. woorden nn: en -rd soms zelfs op God worden toegepast, dat de woorden [israroia en tntainixf r: nu eens de mang insluiten, dan weder naast haar plaats nemen en meermalen ook in haar begrepen zijn. De leer der bekeering steunt dus volstrekt niet alleen op die teksten, waar dit woord voorkomt, maar wortelt in al datgene, wat de Schrift over den natuurlijken toestand des menschen en over de noodzakelijkheid, het karakter, de wijze, de vrucht van zijne godsdienstig zedelijke verandering ons voor oogen stelt. Jezus bijv. treedt op met de prediking der fierarota, en noemt deze soms alleen, Mt. 4:17, verbindt ze elders met de mang aan het Evangelie, Mk. 1 : 15, en spreekt tot Nicodemus alleen van wedergeboorte, Joh. 3:3, 5, 8. Maar voorts heldert hij de bekeering, welke Hij vordert voor den ingang in het koninkrijk, op allerlei wijze op. Hij doet dat, als Hij in de bergrede het koninkrijk toekent aan de • armen van geest, de treurenden, de hongerenden en dorstenden naar de gerechtigheid enz., Mt. 5 : 3v.; als Hij zegt, dat men alleen door de enge poort en langs den nauwen weg kan ingaan tot het eeuwige leven, Mt. 7 : 14; als Hij niet de rechtvaardigen, maar de tollenaren en zondaren tot bekeering roept, en de vermoeiden en beladenen tot zich noodigt, Mt. 9:13, 11:28; als Hij den eisch

') Misschien is het echter beter, om het laatste woord in dit vers, avTVjV, niet terug te laten slaan op [lezavoia, maar op evXoyia, en het dan aldus op te vatten: Ezau wilde later de zegening toch beerven, maar ofschoon hij haar met tranen zocht, werd hij verworpen, omdat hij geen plaats (gelegenheid) voor bekeering vond, dat is, niet tot waarachtige bekeering kwam. Of het woord fisiavosiv in Mt. 11:21 en 12:41 van louter uitwendige of ook van waarachtige, inwendige bekeering moet verstaan worden, is twijfelachtig.

Sluiten