Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo aangroeien, dat het tot wroeging, tot zieleangst, tot wanhoop wordt en de mensch geen uitweg ziet dan in den zelfmoord. Daarvan levert ons de Schrift de schrikwekkende voorbeelden in Kain, Ezau, Achitofel en vooral in Judas. Ook kan het gebeuren, dat een mensch op zijn zondigen weg voor een oogenblik staande gehouden wordt, dat hij door eene bijzondere gebeurtenis in zijn leven (een sterfgeval, eene ramp, tegenspoed enz.) tot nadenken en inkeer komt, dat hij van de prediking van wet of Evangelie een diepen indruk ontvangt, Mt. 13 : 20, 21, het voornemen opvat, om zijn leven te beteren, zich bij de gemeente aansluit en zelfs hemelsche gave smaakt en krachten der toekomende eeuw, Hebr. 6:4, en 5, en dat hij toch later, als verdrukking of vervolging komt, geërgerd wordt en afvalt. Zulke voorbeelden laat de Schrift ons zien in Achab, 1 Kon. 21: 27, in de volksbekeeringen, die er onder Mozes, Jozua, de richters en onder de vrome koningen soms plaats grepen, en waarbij niet alles kaf, maar er toch, evenals bij alle godsdienstige bewegingen, zeker veel kaf onder het koren was, verg. ook Jona 3:5 v.; voorts ook in Simon den toovenaar, Hd. 8:9 v., in Demas, die de tegenwoordige wereld weer liefkreeg, 2 Tim. 4: 10, in Hymeneüs en Alexander, die schipbreuk leden van het geloof, 1 Tim. 1 :20, 2 Tim. 2:17, en in die velen, die reeds in den apostolischen tijd wederom uitgingen, omdat zij niet uit ons waren, 1 Joh. 2:19, den Heer, die hen gekocht had, verloochenende, 2 Petr. 2 :1.

Dat alles is de ware bekeering niet. Deze komt volgens 2 Cor. 7:10 op uit de droefheid naar God, dat is, uit zulk eene droefheid, die overeenkomstig Gods wil is, die dus niet bloot een ethisch, maar allereerst een religieus karakter draagt, met God, met zijn wil, met zijn woord in verband staat, op de zonde als zonde, zelfs afgezien van hare gevolgen, betrekking heeft, die door God geëischt, maar ook als eene vrije gave door Hem geschonken wordt. Deze droefheid werkt dan ook bekeering tot zaligheid, eene bekeering, die de zaligheid onfeilbaar zeker meebrengt (terwijl de droefheid der wereld den dood, het verderf ten gevolge heeft), en die bekeering-tot-zaligheid is daarom ook onberouwelijk; ze veroorzaakt nooit eenig berouw en kan dat niet veroorzaken, omdat ze de droefheid naar God tot beginsel en de zaligheid tot doel en bestemming heefr. Ook van deze waarachtige bekeering levert de Schrift vele voorbeelden en getuigenissen; men denke slechts aan Naaman, 2 Kon. 5 :15, Manasse, 2 Chr. 33:12, 13, aan de scharen, die tot Johannes kwamen en zich van hem lieten doopen, belijdende

Sluiten