Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijd lang blijven leven; en dan is als het ware eene tweede bekeering noodzakelijk. David is daarvan in het Oude Testament ten voorbeeld, 2 Sam. 12:13, en Petrus in het Nieuwe Testament, Mt. 26 : 75. Jezus had Petrus te voren gewaarschuwd, Luk. 22 : 32, en zoo vermaant Hij ook later door Johannes zijne in vele opzichten afgedwaalde Klein-Aziatische gemeenten, om zich te bekeeren en de eerste werken te doen, Op. 2: 5, 16, 21, 22, 3 : 3, 19. Ook deze tweede bekeering is Gods werk: Petrus had de oprichting uit zijn val aan Christus te danken, aan zijne trouw en voorbede, Luk. 22 : 32, al bedient Hij zich daarbij ook van middelen, Ps. 19 : 8, Jak. 5 : 19, 20. En zoo is het met heel de bekeering, van het begin tot het einde; zij is Gods werk, Jer. 31:18, KI. 5 : 21, en zijne gave, Hd. 5 :31,11:18, maar zij realiseert zich door het verstand en den wil des menschen; als God den mensch bekeert, dan is hij bekeerd, KI. 5 : 21, en dan bekeert hij zichzelven, 2 Kon. 23 : 25, 2 Chron. 15 : 4, Ps. 22 . 2S, ol. 15, Jes. 19 : 22, Mt. 11 : 21, Luk. 15 : 7, 10, Hd. 9 : 35, 11:21 enz.

460. De prediking van het Evangelie vond bij sommige Joden, maar vooral onder de Heidenen ingang, en bracht in vele kringen eene groote verandering van leer en leven teweeg. Zelfs zij, die ongeloovig bleven, konden daarvoor de oogen niet sluiten en legden somtijds huns ondanks een krachtig getuigenis af van het nieuwe, godvruchtige en zedelijke leven, dat in de gemeenten aangetroffen werd. De apostolische vaders volgden dan ook het voorbeeld der Nieuwtestamentische brieven, en drongen met al den ernst, die in hen was, op de versiering van de Christelijke belijdenis met een heiligen wandel aan. Es ist ein schönes Lebensideal, das alle Schriften des nachapostolischen Zeitalters als eine religiöse Eorderung, an deren Erfüllung das Heil geknüpft wird, vorschreiben. Die Hauptzüge dieses Ideals sind Liebe innerhalb der Gemeinde, Sanftmut und Geduld nach aussen hin, Treue und Bekenntnis, Reinheit und Heiligung gegenüber all der Befleckung, die in der Welt umgeht, Wahrhaftigkeit und Zuverlassigkeit im Verkehr, Reinhaltung der Ehe und des Eamilienlebens, Berufserfülluug]). Toen de kerk gevestigd was, kwam ook reeds spoedig het cadechumenaat in gebruik; Heidenen, die zich bij de gemeente wenschten te voegen, werden niet terstond tot den doop toegelaten, maar ontvingen vooraf onderricht in de Christelijke waarheid, en moesten

') R. Knopf,lT>ae nachapost. Zeitalter. Tübingen 1905 bl. 421, 422

Sluiten