Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

practijk de voorstelling, dat de genade alleen dient, om den mensch door liet dragen van straf en het doen van goede werken tot verwerving van de eeuwige zaligheid in staat te stelleD. De onderscheiding tusschen contritio perfecta et imperfecta, of m. a. w. tusschen contritio en attritio dreef in dezelfde richting; ze kwam op in den tijd der scholastiek, vond vooral bij Thomas steun en werd te Trente tot kerkelijke leer geijkt ").

De contritio is die smart over de zonden, welke enkel en alleen voortkomt uit de liefde tot God, dus caritate perfecta est; zij brengt eigenlijk de vergeving der zonden al mede, voordat de geloovige gebiecht en van den priester de absolutie ontvangen heeft, hoewel daarom de ontvangst van het boete-sacrament niet overbodig is, want Christus heeft elke zware zonde aan de sleutelmacht der kerk in het sacrament onderworpen, en de contritio sluit daarom als zoodanig het votum sacramenti in. Maar deze volmaakte, zuivere contritio komt in de werkelijkheid zelden voor. Naast haar bestaat dan ook nog eene attritio, dat is, zulk eene smart over de zonde, die vel ex turpitudinis peccati consideratione vel ex gehennae et poenarum metu voortvloeit, en voorts den wil, om te zondigen, uit-, en de hoop op vergeving insluit; en deze attritio maakt den mensch met tot een huichelaar en grooter zondaar, maar is eene bovennatuurlijke gave Gods, eene werking van den wel niet inwonenden maar toch het hart bewegenden Heiligen Geest, die hem voor de ontvangst van het sacrament voorbereidt en geschikt maakt; ze brengt van wege hare onvolmaaktheid de vergeving der zonde wel met mede, maar in verbinding met de sacramenteele absolutie rechtvaardigt zij hem toch en spreekt hem vrij van de eeuwige straf.

Hiermede in verband kreeg nu ook de absolutie weer eene andere beteekenis; terwijl de priester vroeger slechts beschouwd werd alsconfessionis testis et reconciliationis adjutor, die Gods vergeving inriep voor de zonden van den biechteling, of slechts de vergeving constateerde, welke de biechteling door zijne contritio reeds verkregen had, werd

') Thomas verduidelijkt de benamingen contritio en attritio aldus: in corporalibus dicuntur attrita, quae aliquo modo sunt comminuta, sed non perfecte, sed contritio dicitur, quando omnes partes tritae sunt simul per divisionem ad minima; . et ideo significat attritio in spriritualibus quandam disciplicentiam de peccatis commissis, sed non perfectam, contritio autern perfectam, bij Loofs, Dogmengesch*. bl. 586. Verg. ook Oswald t. a. p. bl. 72 v., en Stuckert, Die kath. Lehre von

der Reue. Freiburg Mohr 1896.

2) Conc. Trid. sess. XIV c. 4.

Sluiten