Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«n kon zijne oogen niet gelooven, als hij daarmede -het ingewikkeld stelsel vergeleek, dat Rome van de boete gemaakt had. Inderdaad is er bijna geen artikel des geloofs, waarbij de verbastering en de geestelijke schade zoo helder aan het licht treedt, als bij dat van de bekeering en de vergeving der zonden. Van de eenvoudige noodiging tot zinsverandering en levensverbetering heeft Rome een gerechtshof gemaakt, waarbij de priester als rechter optreedt, den schuldige verhoort, de mate van zijne tijdelijke straffen bepaalt en hem tegelijk declaratorisch de absolutie uitdeelt »). Men behoeft zich volstrekt niet te beroepen op de onzedelijke practijken, waartoe de biechtstoel menigmaal aanleiding geeft2), om het Roomsche boetewezen te veroordeelen. Want ook hiervan afgezien, bevat het gronden ter verwerping genoeg.

Immers heeft het geleid tot de valsche onderscheiding van reatus culpae en reatus poenae, tot een catalogus van vergefelijke en doodelijke zonden, waarvan de laatste door Christus vergeven worden, de eerste echter door de geloovigen zeiven goed te maken zijn, tot miskenning van het verschil tusschen straf en kastijding, tot eene beperking en achteruitzetting van de verdiensten van Christus en van de genade Gods, tot het voldoende stellen van de attritio, die alleen uit vrees geboren wordt, tot het opleggen der private biecht aan iederen geloovige en tot het verheffen van de boete tot een sacrament, waarvoor in de Schrift alle grond ontbreekt. De gevolgen zijn daarvan in de practijk, dat de leek voortdurend tot in zijne stervensure toe voor zijne zaligheid van den priester afhankelijk wordt gehouden, en óf aan den eenen kant, evenals de priester, bij eene oppervlakkige, uitwendige schatting van de zonden zich neerlegt, eene valsche gerustheid gaat koesteren, op het woord der absolutie, op zijne godsdienstplichten en op de aflaten zijn vertrouwen stelt, óf ook aan de andere zijde van dag tot dag in onzekerheid en vreeze verkeert, of

y) Het woord fxsTccvoicc valt daarom bij de Roomsche godgeleerden minder in den smaak; het drukt immers niets meer dan zinsverandering uit, Oswald, t. a. p. II 23. Zij spreken liever van poenitentia en poenitentiam agere, dat aan poena en punire, aan straf en strafdragen doet denken, en van boete, dat van het Gothisehe causatieve werkwoord batjan (van den stam bat = goed, verg. beter) is afgeleid en goedmaken beteekent. Het woord biecht komt van het werkwoord be-jehen = toestemmen, bekennen.

*) Verg. bijv. De werken van Vader Chiniqui. Vijftig jaren in de kerk van Rome en De Priester, de Vrouw en de Biecht. Uit het Engelsch, Amsterdam Höveker en zoon z. j. Dr. Karl Weiss, Beichtgebot und Beichtmoral der röm. kath. Kirche. St. Gallen 1901.

Sluiten