Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of heiligmaking in. Maar de strijd met de Wederdoopers stelde de vraag aan de orde, of er ook bij kinderen, vóórdat ze tot bewustzijn gekomen waren, van geloof en bekeering sprake kon zijn; en de twist met de Remonstranten liep over de quaestie, of God dan wel de mensch in het werk der zaligheid en met name ook in de bekeering de eerste was. Daarom werd door de Gereformeerden al spoedig tusschen habitus fidei en actus fidei en zoo ook tusschen conversio habitualis en conversio actualis onderscheid gemaakt. Conversionis enim gratia est duplex, habitualis et actualis. Prior est, qua homo virtute Spiritus Sancti regeneratur, seu fidei et charitatis virtutibus donatur. Altera est actualis, qua homo jam regenitus, Dei verbo et Spiritus auxilio, virtutes illas actu credendo et diligendo exerit.

De Remonstranten keerden deze orde om; zij lieten de bekeering aanvangen met de conversio actualis, welke tezamen door Gods gratia sufficiens en door 's menschen vrijen wil tot stand kwam, en zeiden nu verder, dat deze conversio actualis langzamerhand door herhaalde oefeningen van de daden van geloof en bekeering in eene conversio habitualis overging. Maar de Gereformeerden vatten de conversio habitualis als een habitus infusus (niet acquisitus) op, schreven haar uitsluitend aan de wederbarende genade Gods toe, en zagen daarbij in de prediking van het Evangelie alleen een medium antecedens et ordinarium adjunctum. En de conversio actualis werd dus bij hen die daad van den door God met de deugden van geloof en liefde begiftigden, wedergeboren mensch, waarbij hij, door Gods woord opgewekt en door zijn Geest bekwaamd, die deugden ook actu oefenen gaat 1). Zoo kreeg de bekeering in de Gereformeerde heilsorde allengs eene zeer bepaalde plaats: eenerzijds was ze in wezen gescheiden van de dikwerf ook bij ongeloovigen voorkomende poenitentia legalis, en ook onderscheiden van de fides, charitas of conversio habitualis, dat is van de later meest zoogenoemde wedergeboorte in engeren zin. En andererzijds was zij als conversio actualis prima ook nog weer onderscheiden van de conversio continua, die zich door heel het leven heen voortzet, en van de conversio actualis secunda, die bij geloovigen wederom na afdwaling en val of ook na inzinking van het geestelijk leven noodzakelijk is.

1) Gomarus, Op. I 104*. 107». Walaeus, Synopsis pnr. theol., disp. 32, 2. Mastricht, Theol. VI 4, 4, 5. Witsius, Oec. foed. III 12, 128. Turretinus, Theol. EL XV 13. Kuyper, Het werk v. d. H. Geest II 197 v.

Sluiten