Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog dikwerf groot misverstand, dat door de roerende bekeeringsgeschiedenissen in zendingsberichten, Christelijke romans, tractaatjes enz. niet zelden stelselmatig bevorderd is. Men dient echter in het oog te houden, dat van hen, die het Christendom pas leeren kennen, niet hetzelfde verwacht kan worden, als van hen, die er van hunne jeugd af in opgevoed zijn; dat de diepste motieven der bekeering in den regel voor anderen, en dikwerf ook voor hen, die ze ervoeren, onbekend blijven; en dat diep schuldbesef niet eene oorzaak, maar eene vrucht is van het geloof.

Geheel anders staat het met hen, die als kinderen in de gemeente van Christus geboren, gedoopt en opgevoed zijn. Tenzij zij een tijd lang afgedwaald zijn en openlijk de zonde gediend hebben, kan de bekeering bij hen niet, als bij de Heidenen, in eene verandering van godsdienst en zedelijk leven bestaan. De Schrift gaat ervan uit, dat de kinderen der geloovigen tot het genadeverbond behooren, dat hunner de belofte en het koninkrijk der hemelen is, en dat zij „in den Heere" zijn. De Christelijke kerk in haar geheel nam, blijkens hare leer en practijk van den kinderdoop, deze beschouwing van de Schrift over en ging uit van de realiteit van het genadeverbond. In dit opzicht is er tusschen Roomsche en Grieksche, Luthersche en Gereformeerde kerk geen verschil; de laatste 'heeft er echter nog veel meer ernst mede gemaakt dan de andere kerken,, wijl zij tegenover deze de onverliesbaarheid der genade en de ongebroken continuiteit van het geestelijk leven staande hield. Maar toen sedert het midden der zeventiende eeuw de kerk in verval kwam en de grens van het genadeverbond door het verwaarloozen der tucht schier geheel uitgewischt werd, toen maakte allengs de Schriftuurlijke beschouwing voor de piëtistische en de methodistische plaats. De kinderdoop werd uit gewoonte nog wel behouden, maar het geloof in zijne sacramenteele kracht en waarde was verdwenen; kinderen waren onwedergeboren en onbekeerd, en dus zondaren en kinderen des toorns. Prediking, catechisatie (voorzoover die nog bestond), Zondagschool, revivalmeeting, ja ook het gewone onderwijs in huisgezin en school, het moest alles aan de bekeering en dus aan de „redding", salvation, dienstbaar worden gemaakt.

Er lag in heel deze beweging eene wettige en gezonde reactie tegen de onverschilligheid en lauwheid der gevestigde kerken; maar zoodra zij haar protest omzette in een systeem, maakte zij zich aan groote eenzijdigheden schuldig. Zij ging uit van wantrouwen aan Gods belofte, miskende de waarheid van het genadeverbond, verzwakte

Sluiten