Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de beteekenis van den doop, sloot het oog voor de macht der -traditie, voor den gestadigen, rustigen arbeid van het Christelijk huisgezin, voor de verborgene, stille werking van G-ods Geest in de harten, beroofde de school en het onderwijs van hunne zelfstandigheid, drukte aan de opvoeding een onnatuurlijk karakter op, maakte de kinderen angstig, bevende en voortdurend zichzelven bespiedende, richtte al haar aandacht op eene plotselinge crisis, eene heftige emotie, eene bewuste omzetting, en wekte den schijn, alsof men gered werd „by conversion rather than by Chnst" 1). Tegen al deze overdrijvingen en eenzijdigheden behoudt de Christelijke beschouwing van de kinderen der geloovigen, zooals die zich uitspreekt in de leer van het genadeverbond, in de practijk van den kinderdoop, in het catechetisch „onderwijs, in de toelating tot het heilig avondmaal, haar onbetwistbaar recht. Kinderen der geloovigen zijn zoolang als erfgenamen der belofte te beschouwen ■en te behandelen, totdat uit hun leer of leven duidelijk het tegendeel blijkt.

Daarmede wordt de bekeering voor de kinderen der geloovigen toch niet van hare noodzakelijkheid beroofd noch ook overbodig en onnut gemaakt. Men overwege toch eerst in het algemeen, dat ieder kind in den puberteitsleeftijd eene crisis doormaakt, welke voor zijne lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van de grootste beteekenis is2); het gaat dan uit de periode der afhankelijkheid over in die der zelfstandigheid en vrijheid; het vormt zich in dat gewichtig tijdperk des levens tot eene eigen persoonlijkheid en individualiteit, gaat zijn eigen leven leiden, en tracht in de maatschappij die plaats te veroveren, welke aan zijn karakter en aanleg past. Nu gaat het zeker niet aan, om de bekeering als een natuurlijk en noodzakelijk moment in dit proces in te lijven 3), want ten eerste

i) c. L. Drawbridge, Religious Education how to improve it. Longmans Green and Co 1908 bl. 106. De schoolstrijd in Engeland tusschen de Anglikanen en de Nonconformisten hangt voor een goed deel met deze verschillende beschouwing over de kinderen der geloovigen saam, verg. behalve dit werk van Drawbridge ook: The Child and Religion. Ed. bij Thomas Stephens 1905. A. E. Garvie, Religions Education mainly from a psychological standpoint. Sunday School Union, London 1906.

3) Verg. deel III 638 v.

3) Starbuck spreekt eenigszins in dien geest, als hij in zijn boek: The psychology of religion2. London 1901 bl. 143 zegt, dat de facts of conversion, hoewel -onverklaarbaar, manifestaties zijn van natural processes, en bl. 153 de bekeering inecessary noemt.

Sluiten