Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

durige toestand van ellende aan den staat der genade vooraf moest gaan, drong in vele vrome kringen door; en tot op den huidigen dag treft men in de gemeente zeer vele Christenen aan, die jaar aan jaar klagen over hunne zonden, maar schier nimmer de hartelijke vreugde in God door Christus genieten noch ook tot een stil en rustig leven der dankbaarheid komen.

Wanneer daartegenover het verlangen ontwaakt, om op de wijze van het Methodisme deze chronische krankheid door eene acute crisis te vervangen, en den Busskampf als in één punt samen te trekken, dan wekt deze dikwerf zulke heftige gemoedsbewegingen op, dat het gansche lichaam erdoor geschokt wordt en stuiptrekkingen en zenuwtoevallen, luide gillen en kreten, jammerende uitroepen en onverstaanbare klanken, een vloed van tranen of een dansen en opspringen van vreugde uiting geven aan wat inwendig de ziel beroert. Over deze verschijnselen vormt zich dan weer een verschillend oordeel. Wesley en Whitefield bijv. waren er hoog mede ingenomen, maar Jon. Edwards, door de ervaring geleerd, maakte voorzichtiglijk onderscheid tusschen de affecten, die uit geestelijke werkingen op het hart voortkomen, en die, welke slechts door indrukken op de verbeelding ontstaan x). De ecstatische en visionaire verschijnselen, die zich later, o. a. bij de Camisarden in de Cevennen 2), en in 1749 bij de Nijkerksche beroeringen onder Gr. Kuypers 3) voordeden, lokten even verschillende oordeelvellingen uit. En toen de revival in Wales onder Evan Roberts dezelfde psychische en physische abnormaliteiten te voorschijn riep 4), en naar andere landen, Californië, Noorwegen, Denemarken, Hessen, Silezië, overplantte, liepen wederom de meeningen verre uiteen; Pastor Paul zag in de tongenspraak en soortgelijke verschijnselen eene vernieuwing van de gaven van den Pinksterdag en een krachtig bewijs van de werking des H. Geestes, maar anderen zooals

l) In zijn Treatise concerning religious affections 1746, verg. Ridderbos, De Theologie van Jon. Edwards bl. 246 v.

■) Zie het art. Camisarden van Th. Schott in PRE* III 693 v.

") Ypey en Dermout, Gesch. der Ned. Herv. Kerk IV 8 v. Ritschl, Geseh. d. Piet. I 1880 bl. 347 v. J. C. Kromsigt, Wilh. Schortinghuis 1904 bl. 310 v. Verg. ook Examen v. h. Ontw. v. Tol. X voorrede bl. 32.

*) Iiev. J. Vyrnwy Morgan, The Welsh religious revial 1904—5. A retrospect and a criticism. Londen 1909. Beukenhorst, Evan Roberts en de Keswick-leer, St. v. W. en Ar. Mei 1907 bl. 401—419. II. Bois, Le réveil au pays de Galles. Toulouse 1906. Id., Les dernières nouvelles du réveil gallois, Foi et Vie. 1 Nov. 1906. E. Pensoye, Les résultats du réveil gallois, ib. 16 Xov. 1907.

Geref. Dogmatiek IV. XI

Sluiten