Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelijk de leer van den kinderdoop en van de confirmatie ten duidelijkste bewijst. Men behoeft den tijd zijner bekeering niet precies te weten, want het komt niet op den tijd aan, maar op het feit; in vele gevallen is het zelfs niet mogelijk dien tijd vast te stellen, omdat de bekeering, uit het ingeplante nieuwe leven opkomende, geleidelijk geschiedt1). Zij behoeft niet altijd cum notabili concussione et violenta tractione gepaard te gaan, maar kan ook assiduo, successive et suaviter plaats hebben 2); en zoo wordt niet alleen door de godgeleerden van professie, maar ook door de practicale schrijvers geredeneerd;, hoezeer ze aandringen op eene waarachtige bekeering, zij durven toch geen van allen beweren, dat er maar ééne wijze voor allen is 8). In verband met de in vroeger eeuwen zooveel grootere en ook zooveel dieper gevoelde ellende des levens, namen waken en vasten, gebeden en geloften, afzondering en overdenking, en allerlei geestelijke oefening veel breeder plaats in de religie in, en werd aan de lacrimae spirituales et salutares groote waarde gehecht. Maar toch drong een man als Voetius ook hierbij op matiging aan. ut moderatio ea adhibeatur, ne aut corpori aut animae vehementia et exsuperantia in tantum noceat, ut ad cultum Dei aut servitium proximi per caritatem inepti reddamur 4).

Zulk een oprecht en hartelijk leedwezen over de zonde is ook niet onnut noch tijdverlies, maar de weg, dien God met ons inslaat, om ons innerlijk van de zonde vrij te maken. Door Moberly, Frommel en anderen is in de latere jaren de psychologische natuur van het berouw onderzocht. En zij hebben daarbij tot zekere hoogte terecht doen uitkomen, dat het berouw een bewijs is, dat de mensch nog vatbaar is voor gerechtigheid; want in het berouw veroordeelt hij zichzelven, maakt hij zich van de zonde los, stelt hij zich aan den kant der gerechtigheid, en baant hij zich den weg tot de vergeving5). Maar men dient hierbij toch drieërlei in het oog te houden: 1° dat er verschi is tusschen berouw en berouw; lang niet alle berouw draagt dat

i) Verg. de litteratuur, in de Luthersche theologie daarover verschenen tijdens den strijd tusschen orthodoxen en piëtisten, bij Walch, Bibl. theol. sel. II 7o v.

') Voetius, Disp. II 415, 460, ook reeds aangehaald deel III 672.

») Verg. bijv. Lampe, De verborgenheid van het genadeverbond. Amsterdam

1718 bl. 255, 362 v. 372.

*) Voetius, Exercitia pietatis. Gor. 1664 bl. 228. Verg. trouwens ook Catech.

Rom. II c. 4 qu. 23, 27.

B) Moberly, Atonement and Personality bl. 19 v. en verg. deel III o21 v.

421, 446.

Sluiten