Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar deze poenitentia is essentiëel van de rescipiscentia onderscheiden, vormt geen bestanddeel van de waarachtige bekeering, en leidt ook niet zeker tot haar henen; ze kan ook vallen in degenen, die nimmer tot oprechte vernieuwing des levens komen l). Maar Rome maakt tusschen contritio en attritio onderscheid; de contritio, geboren nit de niet gradibus maar partibus volmaakte liefde tot Grod (contritio caritate perfecta, voortvloeiende uit de amor Dei propter se super omnia, of amor benevolentiae s. amicitiae, als onderscheiden van de lager staande amor concupiscentiae, die God liefheeft niet als summum bonum in se, maar als summum bonum nobis), deze contritio brengt den mensch, die aan eene doodzonde zich schuldig maakte en de genade verloor, terstond weer door zichzelve in den staat der genade terug, zelfs voordat hij het sacrament der boete ontvangen heeft. Dit sacrament blijft daarom nog wel noodzakelijk als bewijs van gehoorzaamheid, als teeken van de echtheid der contritio; het votum sacramenti ligt in haar opgesloten, en het herstel in den staat der genade of de verzoening is dus aan de contritio, als insluitende dat votum sacramenti, toe te schrijven; maar dit neemt toch niet weg, dat het sacrament der boete bij hem, die ware contritio oefent, de verzoening niet teweegbrengt of bewerkt, maar reeds onderstelt. In deze leer der contritio werkt bij Rome nog de oude, scholastieke opvatting na, volgens welke de contritio de onmisbare voorwaarde voor de geldigheid van het sacrament der boete was, en de absolutie in dit sacrament geen effectief, doch louter een declaratief karakter droeg -).

Maar de sacramentsleer, die in de Middeleeuwen in de Roomsche kerk tot ontwikkeling kwam en vooral door Scotus consequent werd toegepast, dreef in eene andere richting 3), er lag toch eene antino-

Verg. deel III 597.

*) Zoo spreekt Lombardus bijv. zoo beslist mogelijk uit, dat solus Deus hominem interius mundat a peccati macula et a debito aeternae poenae solvit, qui ait: ego solus deleo iniquitates et peccata populi. De priesters hebben dus alleen de potestas ostendendi homines ligatos vel solutos. Unde Dominus leprosum sanitati prius per se restituit, deinde ad sacerdotes misit quorum judicio ostenderetur mundatus. De priesters ergo peccata dimittunt vel retinent, dum dimissa a Deo vel retenta judicant et ostendunt, Sent. IV 18, 4, 6. En evenzoo oordeelen Bonaventura, Halesiu- Occam, Biel, Thomas van Straatsburg e. a. \ erg. Kun.e, art. Schlüsselgewalt, 1 iE* XVII 630 v.

Dat de sacramen.dleer tot deze onderscheiding leidde, blijkt bijv. uit eene redeneering als deze: poenitentiae sacramentum per se institutum est ad transferendum e statu peccati in statum gratiae. Atqui si actus contritionis perfectae

Sluiten