Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hunne overtredingen dikwerf nog zwaarder dan anderen worden bezocht, 2 Sam. 7:14, 15, Ps. 89:31-35, Jes. 48:9-11, Am. 3 : 2; de vergeving der zonden is eene weldaad der genade, waarvan de natuur met weet, en de rechtvaardigen moeten door vele verdrukkingen ingaan in het koninkrijk Gods, Hd. 14:22. Maar de Schrift leert, dat al het lijden, hetwelk een geloovige van wege eigen of anderer zonden overkomt, voor hen het karakter van straf verloren heeft en hun eene nuttige kastijding is, opdat zij Gods heiligheid deelachtig zouden worden, Job 5 :17, Spr. 3-11 1 Oor 11: 32, Hebr. 12 : 5-11, Op. 3 :19 *). En dat hebben zij aan Christus te danken, die alles voor hen volbracht en dus van alle schuld en alle straf volkomen verlost heeft. Daarom wordt ook in tal van gevallen die Rome over het hoofd ziet, de vergeving der zonden geschonken,' zonder dat van eenige verdere straf of kastijding melding geschiedt' Mt, 9:2, Luk. 18:14, 22:61 enz. Doch Rome redeneert anders.' Christus heeft de geloovigen wel van alle schuld der zonde en ook van de eeuwige straf in de hel, maar niet van de tijdelijke straffen op aarde of in het vagevuur bevrijd. Nu zegt Trente wel, dat de satisfactio, die wij voor onze zonden brengen, de verdiensten van Christus niet uitsluit; integendeel, uit Hem is al onze sufficientia onze genoegdoening is door Hem, en al onze roem is in Hem in' wien wij leven, verdienen, voldoen, en zonder wien wij niets vermogen 2). Maar er doet zich hier voor Rome toch eene ernstige moeilijkheid voor, want één van beide: Christus heeft alleen voor de schuld der zonde betaald en van de helsche strat bevrijd, maar dan heeft Hij de tijdelijke straffen der zonde niet gedragen en ons daarvan niet verlost; wij hebben deze dan nog zeiven zij het in zijne kracht, te voldoen en voegen dus aan de verdiensten van Christus de onze toe; de zin, dat onze voldoening is per Christum Jesum heeft dan alleen de beteekenis, dat Hij ons de kracht gaf om zeiven door onze werken te voldoen; öf Christus heeft voor zijne geloovigen ook de tijdelijke straffen der zonde gedragen, dan is het lijden at hun in dit leven nog overkomt, geen straf meer, doch slechts eene' va er ijke kastijding. Voorts, de satisfactiones, welke de biechtvader pro quahtate criminum et poenitentium facultate oplegt, dienen ook wei ad novae vitae custodiam et infirmitatis medicamentum, maar

') Calvijn, Inst. III 4, 31 v.

) Conc. Trid. sess. XIV c. 8 en can. 13.

Sluiten