Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch vooral ook ad praeteritorum peccatorum vindictam et castigationem *). Zij moeten dus de kracht hebben, om van de tijdelijke straffen te verlossen, gelijk Christus de zijnen immers door zijne voldoening van de eeuwige straffen bevrijd heeft. Maar doen zij dit werkelijk en kunnen zij dit doen? Geen enkele Roomsche, die het beweren kan. Want ook de allerheiligsten in de Roomsche kerk hebben zich met al hunne satisfactiones, ja zelfs met al hunne opera supererogatoria niet van het lijden dezes tegenwoordigen tijds noch ook van den dood kunnen bevrijden; ze zijn daaraan, evenals alle andere menschen, die veel minder „verdiensten hadden, en soms in nog veel sterker mate onderworpen gebleven 2). De satisfactiones operis hebben dus voor dit leven weinig of geene beteekenis; maar al hun waarde ligt theoretisch en practisch, in de vermindering oi verzachting van de straffen in het vagevuur.

Bovendien straft God in dit leven vele zonden in het geheel niet; er zijn vele geloovigen die volgens Rome bij anderen in heiligheid ver ten achter staan en wien toch een veel aangenamer en gemakkelijker leven te beurt valt; zij moeten dan des te langer en te zwaarder in het vagevuur boeten voor de zonden, die zij op aarde bedreven hebben. Ook om deze reden satisfactiones maxime spectant ad removendas poenas purgatorii3). Verder, de satisfactiones zijn in drie klassen onderscheiden: gebed, vasten en aalmoezen. Want de mensch bezit drie soorten van goederen, welke hij Gode in compensationem voor zijne bedreven zonden aanbieden kan: bona animi, en deze geelt; hij in het gebed; bona corporis, en deze geeft hij in het vasten; bona fortunae, en deze geeft hij in de aalmoes 4). AVijl zij voorts door geloovigen verricht worden en bij hen uit een bovennatuurlijk beginsel voortvloeien, hebben zij eene satisfactorische, resp. eene meritorische waarde de condigno; zij kunnen de hemelsche zaligheid verwerven, dus nog veel lichter van de tijdelijke straften in het vagevuur bevrijden. Maar dit is nog niet alles; in den eersten tijd waren de satisfactiones, welke de kerk oplegde, zeer streng, thans

') Conc. Trid. sess. XIV c. 8.

2) Zoo zegt Pesch, Prael. dogm. VII 107: verumtamen notandum est, non semper posse hominem suis operibus avertere poenas hujus vitae, noch ook de poenalitates hujus vitae; nam omnibus patiendum et moriendum est.

■) Pesch, t. a. p. bl. 104.

*) Cone. Trid. sess. VI cap. 14. XIV can. 13 spreekt van jejunia, eleemosynae, orationes et alia pia spiritualis vitae exercitia. Verg. Thomas, S. Theol. Suppl. qu. 15 art. 3. Pesch, Prael. dogm. VII 109—110. Pohle, Dogm. III' 505 enz.

Sluiten