Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

â– wandelen in Gods geboden en overal en altijd te doen, wat Hem welbehagelijk is x). Zelfs gaat de levendmaking of de opstanding van den nieuwen mensch, dit tweede stuk der waarachtige bekeering niet op in de laetitia, quam recipit animus ex perturbatione et metu sedatus, maar veeleer in het sancte pieque vivendi studium, quod oritur ex renascentia, quasi diceretur hominem sibi mori, ut Deo vivere incipiat 2). En als de geloovigen somtijds uit zwakheid in zonden vallen, moeten zij toch aan Gods genade niet vertwijfelen, noch in de zonden blijven liggen, overmits de doop een zegel en ontwijfelbaar getuigenis is, dat zij een eeuwig verbond met God hebben. Er is eene poenitentia catechumenorum, er is eene poenitentia fidelium, en er is ook nog, naar het getuigenis der Schrift en in tegenstelling met Novatianen en Anabaptisten, eene poenitentia lapsorum. De voorbeelden van David en Petrus zijn daarvan niet alleen ten bewijze, maar Christus zelf vermaant zijne KleinAziatische gemeenten, om zich te bekeeren en de eerste werken te doen, Op. 2:5, 16, 3 :3, 18. Deze bekeering heeft dan niet meer, gelijk de conversio prima, op heel den toestand der zonde betrekking, maar is vooral tegen die bepaalde zware zonde gericht, waarin de geloovige gevallen is en waarvan hij in de kracht Gods zich afwendt; ze is daarom als conversio particularis (renovata) van gene als conversio universalis (inchoata) onderscheiden 3).

1) Verg. den strijd tusschen orthodoxen en pietisten, of het verstand dan wel de Tvil de eigenlijke zetel der bekeering was, De Moor, Comm. IV 414. Walch, Bibl. theol. sel. II 750.

2) Calvijn, Inst. III 3, 3.

3) Walaeus, Synopsis pur. theol. Disp. XXXII 48. Mastricht, Theol. VI 4, 24.

Sluiten