Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan ook op zichzelf aan den Christen niet de zekerheid schenken kan of mag, dat hij vergeving der zonden ontvangen heeft en tof het getal der uitverkorenen behoort 1). Zelfs bestrijdt Rome niet, dat de gerechtigheid van Christus ons in de rechtvaardigmaking wordt toegerekend, maar zij ontkent, dat dit het een en al in dez& weldaad is, en houdt staande, dat de gerechtigheid van Christus ons niet alleen juridisch, maar ook ethisch geschonken en ingestort wordt; al draagt de term rechtvaardigen in Oud en Nieuw Testament soms wel eene forensische beteekenis 2), het is volgens Rome toch de ontwijfelbare leer der Schrift, dat de mensch om de verdiensten van Christus inwendig gerechtvaardigd en vernieuwd wordt, 1 Cor. 1: 30, 2 Cor. 5 : 21, Cal 3 : 27, Ef. 3 : 24 enz 3).

De Reformatie nam haar aanvang bij Luthers verzet tegen den aflaathandel en tegen heel het daarmede samenhangend Roomsche boetewezen. Maar de gedachten, die hem tot oppositie leidden, hadden zich al sedert jaren bij hem gevormd en namen haar uitgangspunt van het nieuwe inzicht, dat hij in de „gerechtigheid Gods" Rom. 1:17 verkreeg *). Terwijl hij daaronder vroeger steeds de wrekende en straffende gerechtigheid had verstaan, welke hem met angst en schrik vervulde, was hem daarover, waarschijnlijk reeds in 1508 of 1509, een nieuw licht opgegaan, en had hij leeren inzien, dat daarbij niet bedoeld werd de justitia, qua Deus justus est in se ipso, sed qua nos ex ipso justificamur, quod fit per fidem evangelii 5). Dit nieuwe inzicht was voor Luther het keerpunt in zijn leven; het bracht hem allengs, vooral onder den invloed van Paulus en Augustinus, tot gansch andere overtuigingen, dan die in de toenmalige theologie gangbaar waren. In kiem komen deze alle reeds voor in de voorlezingen over den brief aan de Romeinen, welke door Luther gehouden werden in de jaren 1515 en 1516 en die eerst in 1899 teruggevonden en door Joh. Ficker uitgegeven en van eene breede inleiding voorzien zijn 6). Natuurlijk zijn ze hier

') ib. c. 9 en can. 13—16.

'-) Scheeben-Atzberger, t. a. p. bl. 33.

3) Pesch, Prael. dogm. V 186.

4) Verg. deel III 587.

■'>) Deze nieuwe opvatting komt reeds voor in eene kantteekening op de bententiae van Lombardus, uit de jaren 1509/1510, verg. deel III 587.

6) Anfange reformatorischer Bibelauslegung. Herausgegeben von Johannes Ficker. I Luthers Vorlesung iiber den Römerbrief 1515/1516. 1. Die Glosse. 2 Die Scliolien. Leipzig Dieterichsche Yerlagsbuchhandlung Theodor Weicher 1908.

Sluiten