Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

quia ipse mentiri non potest┬╗). Dit geloof, dat wij zondaren zijn, wordt door Luther gewoonlijk echter van de fides in engeren zin onderscheiden en als contritio, confessio, humiliatio enz. aangeduid ; want het waarachtig geloof, dat God ons zijne gerechtigheid schenkt, wordt juist uit de kennis en belijdenis onzer zonden geboren; qui hoe cognoscit gemit ad Deum et humiliatus petit erigi et sanari hanc (malam) voluntatem. Qui autem non cognoscit, non petit, qui autem non petit, non accipit, ideo nee justificatur quia ignorat suum peccatum 2). De contritio gaat dus aan dat geloof vooraf, hetwelk de gerechtigheid Gods in Christus aanneemt. Als de mensch nu alzoo God op zijn woord gelooft, dat er geene gerechtigheid is in hem maar alleen in Christus, dan rechtvaardigt hij God, en dat is de justificatio passiva. ÔÇ×Justificari Deum in sermonibus" est ipsum justum et verum fieri in sermonibus suis sive sermones justos et veros fieri. Hoe antem fit credendo et eos suscipiendo et pro veris ac justis tenendo 3). Maar die justificatio passiva, waardoor wij onzerzijds God rechtvaardigen, est ipsa justificatio nostri active a Deo. Quia illam fidem, quae suos sermones justificat, reputat justitiam. Beide vallen saam: dum justificatur justificat, et dum justificat justificatur; ja, justificatio Dei passiva et activa et fides sen credulitas in ipsum sunt idem. Quia quod nos ejus sermones justificamus, donum ipsius ejus ac propter idem donum ipse nos justos habet i.e. justificat 4).

Krachtens het innig verband, dat Luther aldus tusschen rechtvaardiging en geloof legt, laat hij de justificatio ook niet bloot bestaan in eene sententie, welke God bij zichzelven uitspreekt, en die voorts geene gevolgen heeft. Maar het justum reputare brengt terstond het justum efficere mede. Als wij God rechtvaardigen door het geloof, dan rechtvaardigt Hij ons in zijn woord, dum nos tales fecit, quale est verbum suum, hoe est justum, verum, sapiens etc. Et ita nos in verbum suum, non autem verbum suum in nos mutat. I acit autem tales tune, quando nos verbum suum tale credimus esse, se. justum, verum. Tune enim jam similis forma est in verbo et in credente, i.e. veritas et justitia 5). God wordt gerechtvaardigd,

t. a. p. 69, 89.

*) t. a. p. II 90, verg. ook II 60, 95, 113, 119 enz. *) t. a. p. II 64.

4) t. a. p. II 65, 66.

5) t a. p. II 65.

Sluiten