Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

justus; want ofschoon iemand alleen daarom justus est, omdat hij reputatur a Deo; toch nullus reputatur justus, nisi qui legem opere implet. Nullus autem implet, nisi qui in Christum credit. Et sic Apostolus intendit concludere, quod extra Christum nullus est justus, nullus legem implet'). Met andere woorden, de geloovige moge in beginsel rechtvaardig zijn, de gerechtigheid, welke hij bezit, is enkel en alleen aan Gods genade te danken, en is voorts ook niet de grond, waarop hij steunt. Hij gelooft in den aanvang, ┬źn blijft bij den voortgang God gelooven op zijn woord; hij blijft gelooven, dat hij een zondaar is, en dat zijne gerechtigheid alleen in Gods gerechtigheid ligt.

Zoo is hij en blijft hij altijd hier op aarde ziek en gezond, zondaar en rechtvaardig, schuldig en niet schuldig. Sancti intrinsece sunt peccatores semper, ideo extrinsece justificantur semper. Hipocrite autem intrinsece sunt justi semper, ideo extrinsece sunt peccatores semper. Uitwendig rechtvaardig wil zeggen, dat wij uit onszei ven noch uit onze werken, sed ex sola Dei reputatione justi sumus. Reputatio enim ejus non in nobis nee in potestate nostra est. Ergo nee justitia nostra in nobis est nee in potestate nostra. Intrinsece et ex nobis zijn en blijven wij altijd impii2). Evenals de kranke ziek is in zichzelf en gezond heeten mag, als hij de belofte van beterschap van den bekwamen geneesheer gelooft en aan zijn voorschrift gehoorzaamt, zoo is de geloovige peccator re vera sed justus ex reputatione et promissione Dei, quod liberet ab illo, donec perfecte sanet 8). De rechtvaardiging gaat dus altijd door; populus fidei totam viam suam agit in querendo justificationem 4). Het is juister bij hen te spreken van justificati dan van justi, want Christus alleen is justus, nos antem adhuc semper justificamur et in justificatione sumus5).

Door deze opvatting van de rechtvaardigmaking werd Luther er ten slotte toe geleid, om zoowel tegen eene valsche gerustheid als tegen vertwijfeling te waarschuwen. Heel dit leven n.1. is tempus volendi justitiam, perficiendi vero nequaquam, sed futura vita. God laat de erfzonde ook na de rechtvaardiging in ons voortbestaan, opdat Hij ons daardoor in vreeze en nederigheid houde en voort-

*) t. a. p. I 20.

*) t. a. p. II 104, 105.

3) t. a. p. II 108, verg. 104, 105, 176, 179, 180.

4) t. a. p. II 100.

5) t. a. p. I 45.

Sluiten