Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

durend tot zijne genade de toevlucht doe nemen. Andererzijds behoeven wij ons niet aan wanhoop over te geven, omdat wij de inwendige zonde niet radicaal kunnen uitroeien, want dit is in dit leven niet mogelijk, en God vergeeft en rekent de zonde niet toe aan hem, die zijne barmhartigheid inroept. Regia ergo via et via pacis in spiritu est peccatum quidem nosse et odisse et ita in timore Dei incedere, ne imputet et dominari permittat, et tarnen orare misericordiam ejus, ut nos ab eo liberet et non imputet. Timor excludit dextram, sed misericordia sinistram; ille securitatem, ista desperationem; ille vanam placentiam sui, ista desperationem Dei 1). Zoo blijft het leven van den Christen een leven van geloof; hij ervaart en weet niet, dat hij gerechtvaardigd is, want hij is slechts justus ex Deo reputante, maar hij eischt het en hoopt het, hij gelooft en verwacht het 2), en is in die hope verheugd en verzekerd 8); God laat toch zijn werk niet varen maar volbrengt, wat Hij beloofd heeft 4). Dat geloof betoont de Christen in zijne gehoorzaamheid aan Gods woord. "Want dat zijn niet de beste Christenen, qui sunt. doctissimi et multa legunt ac multis libris abundant. Maar dat zijn de besten, qui ea faciunt liberrima voluntate, quae in libris illis legunt et alios docent. Non faciunt autem liberrima voluntate, nisi qui per spiritum sanctum charitatem habent. Ideo nostro seculo timendum est, ubi multiplicatis libris doctissimi fiunt, sed indoctissimi Christiani 5). Ook bestaat de gehoorzaamheid niet in het opstapelen van vele goede en groote werken, in de gedachte, dat ze goed zijn, wijl ze laboriosa zijn, maar zij komt menigmaal in de trouw in het kleine en geringe uit 6). Bij alles, wat wij doen, is dit toch de hoofdzaak, dat wij God door ons laten werken, en zijn woord niet schatten naar onze werken, maar onze werken naar zijn woord 7).

470. De voorlezingen over den brief aan de Romeinen bevatten in kiem reeds al die gedachten, welke Luther later, vooral ook in zijn commentaar op de Galaten, breeder ontwikkelen zal. Wij leeren

') t. a. p. II 116—118.

2) t. a. p. I 54. II 89, 104, 124.

*) t. a. p. II 287: spes vero non confundit, i. e. gaudet et hilaris est ac secura, verg. II 341.

*) t. a. p. I 44 II 128.

6) t. a. p. II 167.

') t. a. p. II 253.

T) t. a. p. II 203, 242—243.

Sluiten